In gesprek met Flexmarkt vertelt Lieke van Loon, directeur van Werken in de Kempen, hoe zij het hectische eindejaar en de invoering van gelijkwaardige beloning heeft ervaren. Het bureau koos er opvallend genoeg voor om kostenstijgingen níet door te belasten. Wat betekent dat voor hun positie, hun marge en de toekomst nu de WTTA voor de deur staat?
Hoe heb je de invoering van de nieuwe cao en de verplichting tot gelijkwaardige beloning ervaren?
“De grootste uitdaging zat niet eens in de cao zelf, maar in het creëren van urgentie bij opdrachtgevers. Die lag gewoon niet zo hoog. Logisch, want de cao voor uitzendkrachten was nog maar net gesloten. Wij verrichten weinig massa‑inleen. Daardoor staan beloningsvraagstukken bij onze klanten niet dagelijks op de agenda. Veel van onze mensen stromen door naar vast werk. Ze zitten vaak in een vast‑via‑flex-traject. Daardoor moesten we al met al best hard trekken om alle gegevens op tijd boven tafel te krijgen.”
Je merkt vooral verschil tussen grote corporates en het mkb?
“Bij grote bedrijven heb je een afdeling HR of salarisadministratie die je netjes voorziet van alle gegevens. Bij het gemiddelde mkb-bedrijf doet de eigenaar of een productieleider het aanleveren van gegevens ‘er nog even bij’. Tegelijkertijd zie je dat mkb’ers die lijn tussen vast en flex toch al minder strikt hanteren. Een chocoladeletter, een kerstpakket, kleine extra’s kregen flexkrachten vaak sowieso al.”
Hoe kreeg je klanten uiteindelijk in de actiestand?
“Door de urgentie over te brengen. Zonder informatie kunnen we niet verlonen. En dat begrijpen ze. Het was echt: we moeten dit geregeld krijgen, anders stopt het proces. Dat helpt. De cao is nu eenmaal bindend, maar het is vooral de operationele noodzaak die het verschil maakte.”
Lees ook: Werkgevers breiden werving uit in finance, IT en HR in 2026
Veel bureaus hebben de hogere kosten van flexwerk doorbelast. Jullie niet.
“Wij hebben er bewust voor gekozen om de hogere kosten niet door te belasten. De hogere kosten van de gelijkwaardige beloning gaan dus ten koste van onze marge. Wij willen investeren in de relatie en in het vertrouwen. Door de jaren heen zijn er zoveel wijzigingen en verhogingen voorbijgekomen. Je moet soms accepteren dat niet elke stap gunstig is voor je eigen resultaat. De lijn tussen iemand zelf in dienst nemen of via flex inhuren wordt steeds dunner. Dan moet je als bureau aantonen dat je méér bent dan een kostenpost. Voor ons betekent dat: vasthouden aan partnerschap, ook als dat pijn doet.”
Wordt jullie werk lastiger nu flex dichter bij vast komt te liggen?
“Niet echt. De arbeidsmarkt is nog steeds krap. Bedrijven zullen altijd bureaus nodig hebben, omdat de juiste kwaliteiten aan medewerkers niet altijd als vanzelf binnenkomen. Recruitment is namelijk een vak. Denk aan employer branding, campagnes en events. Wij zijn een strategisch wervingspartner, geen traditioneel detacheerder. Juist daardoor blijven klanten ons nodig hebben.”
Hoeveel cao’s moesten jullie doorlopen?
“Ik denk een stuk of vijftien. We hebben ook klanten in de vrije sector, maar daar moet je alsnog alle arbeidsvoorwaarden handmatig matchen. Fitnessregelingen, kaartjes voor evenementen, van alles… Dat moet je allemaal meenemen. Dat is veel werk, zeker omdat de cao laat rondkwam.”
Is alles uiteindelijk goed gegaan? En hoe reageren flexkrachten?
“Ja, het is allemaal netjes rondgekomen. Aan de flexkant is er vooral tevredenheid dat ze gelijk worden behandeld. Voor hen maakt het niet zoveel uit of ze via een flexconstructie werken of in dienst zijn. Het verschil wordt kleiner en dat biedt juist mogelijkheden. Werkgevers hadden bij ons geen extra kosten, dus ook daar heerste rust. Wat dat betreft vond ik het veel geluid vooraf terwijl de wijziging zelf meeviel. Uiteindelijk blijkt het effect beperkt. Niemand is er écht zwaar door geraakt.”
“Je moet niet redeneren vanuit flex of vast, maar vanuit je totale personeelsbestand”
Vind je het goed dat de cao gelijkwaardige beloning verplicht stelt?
“Ja. Het zijn allemaal mensen. Je moet niet redeneren vanuit flex of vast, maar vanuit je totale personeelsbestand. Het is logisch dat beloning gelijk wordt getrokken. De meeste bedrijven waar wij mee werken zien dat ook zo.”
Toch hoor je dat flexkosten bij grote bedrijven stevig stijgen…
“Dat klopt wel. Kijk naar bedrijven zoals VDL. Zij hebben een grote flexibele schil, dus daar tikt het natuurlijk harder aan. Wij zijn daarin de uitzondering omdat wij de extra kosten niet hebben doorbelast. Maar over de hele linie zie je dat flex duurder wordt.”
Je kunt als bureau niet eeuwig marge blijven inleveren. Hoe kijk je naar de toekomst, ook met de WTTA op komst?
“Voor onze keuze krijgen we veel terug. Door open te communiceren dat wij die kosten zelf dragen, groeit de gunningsfactor. Bedrijven nemen afscheid van andere bureaus en doen meer met ons. Het levert dus ook omzet en vertrouwen op. Ook tegen de WTTA zie ik niet op. Maak zaken niet te groot. Daar hebben we in de flexbranche wel de neiging toe. Dan wordt iets ingevoerd, landt het in de bestaande wetgeving en uiteindelijk valt het mee. Vijftien jaar geleden zag flex er totaal anders uit. Elk jaar komt er wel iets bij. We vinden altijd een manier om de wijziging te verwerken.”
Hoe kijk je tegen de WTTA aan?
“Ik zie het niet als een major thing. Het hoort er gewoon bij. Bovendien: er zijn veel piraten in deze sector. Een kwaliteitsimpuls is hard nodig. Als we strengere eisen krijgen, komt het beste boven drijven. De WTTA zorgt voor meer kwaliteit en – als het goed is – minder cowboygedrag. Toen ik twaalf jaar geleden begon, kwamen bureaus als paddenstoelen uit de grond. Niet alles daarvan was oké. Als de WTTA daar een eind aan maakt, is dat alleen maar goed.”
Lees ook: Peter Loef: “Wie regelt de woonopgave voor arbeidsmigranten?”