De recente uitspraak van de Hoge Raad in de Uber-zaak heeft aanzienlijke gevolgen voor de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR). Deze ontwikkelingen zijn van groot belang voor de flexmarkt en de beoordeling van arbeidsrelaties.
Duidelijkheid van zelfstandigheid
Sinds 2016 verving de Wet DBA de VAR om duidelijk te maken wanneer iemand echt zelfstandig werkt of eigenlijk in loondienst is. Door een handhavingsstop van de Belastingdienst bleef echte controle lang uit. Dat is per 1 januari 2025 veranderd: de Belastingdienst kan weer handhaven en boetes of naheffingen opleggen met terugwerkende kracht.
Tegelijkertijd hebben uitspraken van de Hoge Raad de regels aangescherpt. In het Deliveroo-arrest werd vastgesteld dat bij de beoordeling van een arbeidsrelatie alle omstandigheden samen bekeken moeten worden. In het Uber-arrest werd daaraan toegevoegd dat het ook telt in hoeverre iemand buiten de opdracht als ondernemer werkt. Dit ‘extern ondernemerschap’ weegt net zo zwaar als andere factoren, zonder dat er één doorslaggevend criterium is.
Reactie Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad en het advies van de Raad van State, hebben minister Van Hijum (SZW) en staatssecretaris Van Oostenbruggen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) de Tweede Kamer op 27 maart 2025 geïnformeerd over de voortgang van het wetsvoorstel VBAR. Zij benadrukken het belang van een zorgvuldige herbeoordeling van het wetsvoorstel in het licht van de recente jurisprudentie en de noodzaak om schijnzelfstandigheid effectief aan te pakken.
Aanpassingen Wet VBAR
De Hoge Raad oordeelde in de Uber-zaak dat extern ondernemerschap net zo zwaar moet wegen als andere factoren bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. Dit botst met het wetsvoorstel VBAR, waar het slechts als laatste beslissingsfactor werd gebruikt. Het kabinet past de wet hierop aan.
Dit maakt de beoordeling complexer, omdat opdrachtgevers niet altijd inzicht hebben in de ondernemersactiviteiten van een zzp’er. Hoe dit wordt geregeld, is nog onduidelijk.
De wet moet op 1 januari 2026 ingaan, maar door de aanpassingen is dat tijdpad krap. Het aangepaste voorstel gaat vóór de zomer naar de Tweede Kamer.
Lees ook: Strenger SNCU-toezicht – wij vragen directeur Jaap Buis hoe
Bron: PWC