‘Corona en de oorlog om de arbeidsmigrant’

1

Nu de Oost-Europese arbeidsmigranten massaal thuis moeten blijven vanwege de coronamaatrgelen, is er een acuut personeelstekort in de bouw, industrie en agrarische sector. En door de coronacrisis elders werkloos geraakte uitzendkrachten gaan niet zomaar in deze sectoren aan de slag. Daar komt bij dat de Duitsers de correntieslag om de schaarse arbeidsmigrant aan het winnen zijn.

Dat blijkt uit het analyse Zakelijke Dienstverlening met de dreigende titel ‘Corona en de oorlog om de arbeidsmigrant’ dat ABN AMRO vandaag heeft publiceerd.

Sinds het uitbreken van de coronacrisis zijn vanuit verschillende EU-landen twee tot vier miljoen Poolse arbeidsmigranten naar huis teruggekeerd. Dat geldt – in mindere aantallen – ook voor uitzendkrachten uit Roemenië en Bulgarije. Om hoeveel arbeidsmigranten in ons land het precies gaat is niet bekend, maar Volgens het CBS werkten in 2017 in Nederland zo’n 250.000 personen afkomstig uit Midden-en Oost-Europa.

Agrarische sector

Het vertrek van Poolse arbeidsmigranten stelt bedrijven in de agrarische voor acute problemen. Want de agrarische sector beleeft momenteel een piek qua drukte en is de sector sterk afhankelijk van buitenlandse uitzendkrachten. Met name in de tuinbouw (open teelt, glastuinbouw, paddenstoelenteelt) bestaat een groot deel van het personeel uit Oost-Europese werknemers. In de oogsttijd ontstaat in de tuinbouw een piek in de vraag naar flexibele arbeid. In de glastuinbouw maakt 31% van de bedrijven gebruik van buitenlandse arbeidskrachten. In de open teelttuinbouw, zoals asperges, is dat 8%, zo heeft ABN AMRO becijferd.

Industrieel onderhoud

In de scheepsbouw en industrieel onderhoud – waarin veel Oost-Europese arbeidsmigranten werken – zijn veel buitenlandse uitzendkrachten die vanwege de coronamaatregelen (1,5 meter afstand) nu niet meer kunnen werken. Veel opdrachtgevers willen tijdens deze coronacrisis geen extern personeel op hun productielocaties toelaten en/of hebben gepland onderhoud afgezegd.

Bouw

Ook in de bouw zijn problemen ontstaan door het vertrek van buitenlandse arbeidskrachten, stelt de bank. Zij werken vaak in rotatiediensten, bijvoorbeeld acht á tien weken werk in Nederland, keren vervolgens terug naar het thuisland voor twee weken vakantie, waarna de cyclus zich herhaalt. Door de coronamaatregelen braken Oost-Europese bouwvakkers hun verblijf in Nederland voortijdig af of zijn zij in hun thuisland gebleven.

Op korte termijn hoeven bedrijven niet te rekenen op terugkeer van de arbeidsmigranten. Volgens ABN AMRO verwachten uitzenders met veel Oost-Europees personeel dat het nog 1,5 tot drie maanden kan duren voordat er sprake is van een normalisatie.

Vervangen door binnenlandse flexkrachten?

Aan de andere kant zijn er ook veel flexkrachten in Nederland die door de coronacrisis hun werk zijn kwijtgeraakt, bijvoorbeeld in de horeca, retail en leisure. Je zou denken dat extra aanbod van beschikbare flexkrachten uitkomst biedt voor de sectoren die hun arbeidsmigranten hebben zien vertrekken. Maar het is maar zeer de vraag in hoeverre de tekorten aan buitenlandse arbeidskrachten op korte termijn kan worden opgevuld met binnenlandse flexkrachten die door de coronacrisis tijdelijk om werk verlegen zitten, zo stelt ABN AMRO.
Er zijn praktische belemmeringen, zoals veel reiskilometers – ‘een ontslagen uitzendkracht uit de gemeente Landsmeer (Noord-Holland) die via Werkenindelandentuinbouw.nl vervangend werk zoekt, vindt pas 54 autokilometers verderop in Zeewolde (Flevoland) een passende baan’, zo geeft het rapport als voorbeeld . Ook is moeilijk om werkloos geraakte uitzendkrachten op korte termijn te interesseren voor werk in bijvoorbeeld de landbouw als daar een lagere uurloon geldt. ‘Wanneer de uitzendkracht een minder betaalde opdracht aanneemt en vervolgens opnieuw werkloos wordt, zal zijn of haar uitkering op dat laatstverdiende salaris gebaseerd worden. Zij snijden zichzelf dan in de vingers’, zo stelt ABN AMRO*.

Concurrentiestrijd om de arbeidsmigrant

Een ander, onderliggend probleem is dat het mindere imago van Nederland als aantrekkelijk land voor arbeidsmigranten.
De concurrentieslag met Duitsland lijkt vooralsnog door onze Oosterburen te worden gewonnen. ABN AMRO wijst erop dat Duitsland sinds kort seizoenarbeiders de mogelijkheid biedt om langer te werken zonder premies af te dragen en per 1 januari 2020 het minimumloon verhoogd. Brancheorganisatie LTO Nederland zegt volgens ABN AMRO te vrezen dat Nederlandse bedrijven het op de schaarse arbeidsmarkt moeten afleggen in de concurrentiestrijd om de arbeidsmigrant.

Lees ook:

Kamervragen positie arbeidsmigranten

Toevallig heeft gisteren minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) antwoord gegeven op Kamervragen over de zorgen over de positie van arbeidsmigranten tijdens de coronacrisis.

 

*Indeed: verschuiving in zoekopdrachten

Toch ziet vacaturezoekmachine Indeed wel degelijk een verschuiving in zoekopdrachten van werkzoekenden door de huidige onzekere economische situatie. Uit de top-20 zoekopdrachten blijkt dat de interesse van werkzoekenden sinds de coronamaatregelen vooral uitgaat naar banen in de zorg, tuinbouw, bezorging en banen waarbij ze snel aan de slag kunnen.

Over Auteur

redactieflexmarkt

De redactie van Flexmarkt zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van inspirerende en vooral betrouwbare vakinformatie over gerelateerde onderwerpen op gebied van flexwerkers, ondernemen, payroll en de uitzendbranche.

1 reactie

  1. Avatar

    Dit is een artikel voor de eigen flexparochie. Laat we even in herinnering brengen dat onze economie ook goed functioneerde voor 2004, in het tijdperk zonder de massale arbeidsmigratie vanuit Oost-Europa. Voordat de EU-richtlijnen van kracht werden in 2004, die Oost-Europeanen lieten werken in West-Europa, werden nl. ook asperges van het veld gehaald en woningen gebouwd. Doe dus a.u.b. niet doen alsof de wereld in elkaar zal storten zonder de Oost-Europese arbeidsmigranten. Gewoon creatief zijn.

Reageer