De flexbranche heeft in het tweede kwartaal van 2025 opnieuw te maken gehad met een daling van het aantal gewerkte uren, maar de krimp was minder sterk dan in het kwartaal ervoor. Dat blijkt uit de nieuwste kwartaalcijfers van het CBS. Terwijl het aantal uren dat zelfstandigen werkten fors terugliep, bleef de vraag naar flexibele arbeid bestaan – zij het vooral binnen de interne flexschil van bedrijven.
Urenkrimp vlakt verder af
In totaal daalde het aantal gewerkte uren in Nederland in Q2 met 0,6 procent ten opzichte van een jaar eerder. In het eerste kwartaal was er nog sprake van een lichte krimp van 0,1 procent. De flexbranche leverde opnieuw sterker in dan gemiddeld, met een krimp van 1,4 procent, maar dat is wel minder dan de 1,9 procent krimp die in Q1 werd gemeten. Ter vergelijking: volgens de ABU Marktmonitor bedroeg de daling in de uitzendsector zelfs 3,3 procent.
In absolute aantallen kwam het aantal gewerkte uren in de flexbranche in Q2 uit op 207 miljoen. Daarmee ligt het nog altijd ver onder de piek van 251 miljoen uur in Q3 van 2018. Het aandeel van de flexbranche in het totaal aantal gewerkte uren is licht gedaald naar 5,6 procent.
Werkgelegenheid groeit licht, maar externe flex krijgt klappen
Ondanks de daling in uren groeide de totale werkzame beroepsbevolking (15-75 jaar) met 0,1 procent ten opzichte van een jaar eerder. De werkloosheid bleef stabiel op 3,8 procent. Het aantal mensen met een vast contract groeide met 1,6 procent en hun aandeel in de beroepsbevolking nam toe tot 56,7 procent.
Opvallend is dat werkgevers hun behoefte aan flexibiliteit vooral invulden via de interne flexschil. Het aandeel werknemers met een tijdelijk contract of oproepcontract steeg van 23,8 procent naar 24,0 procent.
De externe flexschil – met daarin uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp’ers – kromp juist fors. Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden daalde met maar liefst 8,7 procent, goed voor nog slechts 3,5 procent van de werkzame beroepsbevolking. Het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) daalde met 4,7 procent, waardoor hun aandeel afnam tot 10,4 procent – een duidelijke daling ten opzichte van de piek van 11,1 procent in Q4 2024.
Flexbranche profiteert nog niet van daling zzp’ers
De forse krimp in het aantal gewerkte uren door zelfstandigen (-5,2 procent) lijkt nog niet in het voordeel uit te pakken van de flexbranche. Dat komt mede doordat werkgevers hun flexibiliteit nu intern organiseren: met tijdelijke contracten, oproepkrachten en werknemers met uitzicht op vast. Dit blijkt voor veel organisaties een aantrekkelijkere vorm van wendbaarheid in deze onzekere economische tijden.
De totale flexschil (zowel intern als extern) bleef in omvang gelijk aan Q1: 37,9 procent van de werkzame beroepsbevolking. Een jaar eerder was dat nog 38,6 procent. De afname is vooral het gevolg van de daling in het aantal zelfstandigen en uitzendkrachten.
Conclusie: waar liggen de kansen voor de flexbranche?
Hoewel de urenkrimp in de flexbranche in Q2 opnieuw is afgezwakt, is er nog geen sprake van herstel. Werkgevers kiezen in de huidige situatie voor interne flexibiliteit boven externe inhuur via uitzendbureaus of zelfstandigen. De daling in het aantal zzp’ers – mede beïnvloed door handhaving van de Wet DBA – biedt op termijn kansen, maar deze verschuiving is nog niet zichtbaar in de flexomzet of het aantal uren.
Voor uitzenders en detacheerders ligt de uitdaging erin om hun meerwaarde opnieuw onder de aandacht te brengen, juist in een krappe arbeidsmarkt waarin zekerheid én flexibiliteit samengaan. Het beter inspelen op de behoefte aan wendbare, maar ook kwalitatieve inzet van personeel zou daarin een sleutelrol kunnen spelen.
Bron: CBS, Kwartaalcijfers Q2 2025
Lees ook: Werkgevers stiller over inclusie, terwijl jonge werknemers juist om zichtbaarheid vragen