Sinds 1 januari 2025 is het – na veel (politiek) gesteggel – formeel dan echt zo ver: de opheffing van het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid. Dit moratorium, dat sinds de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) in 2016 van kracht was, bood bedrijven en zzp’ers jarenlang een veilige haven om flexibel te werken zonder directe controle van de Belastingdienst. Maar is die veilige haven met de opheffing van het moratorium nu plots volledig verdwenen?
Angelique Perdaems deelt voortaan haar expertise in jurisprudentie via columns voor Flexmarkt.
De huidige ontwikkeling lijkt voor de gehele flexmarkt een keerpunt te zijn. Met de opheffing van het moratorium kan de Belastingdienst weer actief gaan handhaven op schijnzelfstandigheid (het ten onrechte werken buiten dienstbetrekking) waarbij niet wordt voldaan aan de fiscale en sociale wetgeving. Voor bedrijven betekent dit dus in principe dat zij niet langer kunnen rekenen op een gedoogbeleid als het gaat om de inzet van zzp’ers. Als een arbeidsrelatie van een zzp’er bij controle door de Belastingdienst wordt geherkwalificeerd als een dienstbetrekking, kunnen bedrijven worden geconfronteerd met naheffingen en boetes. De intentie van de overheid is hierbij duidelijk: het tegengaan van schijnzelfstandigheid en het beschermen van werkenden die eigenlijk als werknemers aangemerkt zouden moeten worden.
Desalniettemin zijn er – mede door een aantal aangenomen moties in de Tweede Kamer – in het Handhavingsplan arbeidsrelaties van 18 december jl. wel toezeggingen gedaan door de Belastingdienst om te zorgen voor een zachte landing van het ‘nieuwe’ handhavingsbeleid. Zo spreekt de Belastingdienst allereerst over een ingroeimodel. Dat houdt in dat de Belastingdienst niet verder teruggaat met fiscale correcties dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of van een aanwijzing die de Belastingdienst voor die datum heeft gegeven.
Handhavingsplan
Daarnaast heeft de Belastingdienst in het Handhavingsplan te kennen gegeven in 2025 nog geen boetes op te leggen in geval van herkwalificatie van arbeidsrelaties. Vanaf 2026 zullen, zoals het er nu naar uitziet, wel de ‘normale’ regels voor het opleggen van boetes gaan gelden.
Ten derde staat in het Handhavingsplan nog opgenomen dat de Belastingdienst naar aanleiding van een motie van Kamerlid Aartsen een risicogerichte handhaving zal blijven voortzetten, zodat controles (in eerste instantie) plaatsvinden bij bedrijven waarvan vermoed wordt dat sprake is van evidente schijnzelfstandigheid.
Ondanks deze concrete toezeggingen roept de opheffing van het handhavingsmoratorium nog zowel juridische als praktische vragen op. De nabije toekomst zal hier antwoorden op moeten geven. Voor opdrachtgevers en opdrachtnemers is het nu in ieder geval belangrijk om voorbereid te zijn op een controle door de Belastingdienst. Zo is een fiscale controle aan regels gebonden. De controleambtenaar mag niet zomaar van alles vragen en mag bijvoorbeeld ook niet in e-mailboxen of computers rondkijken. Een informatieverzoek van de Belastingdienst moet concreet en duidelijk zijn en de gevraagde informatie moet voor de belastingheffing van belang kunnen zijn. Het is belangrijk dat het onderzoek ook geen onevenredige belasting op het bedrijf legt. Tot slot mag de Belastingdienst geen vragen stellen die op het onderzoeken van de schuldvraag zien met als doel een boete op te leggen. Hoewel is toegezegd dat in beginsel dit jaar nog geen boetes worden opgelegd geldt het verbod om mee te werken aan de eigen veroordeling wel.
Niet te snel voorbij gaan
Als afsluitende boodschap van deze column merk ik graag op dat het uiteraard gewoon mogelijk blijft om op te treden als zzp’er of om zzp’ers in te schakelen. Van belang daarbij is dat het gebeurt onder zuivere voorwaarden en omstandigheden zodat er geen sprake is van schijnzelfstandigheid. De uitgangspunten uit het Deliveroo-arrest vormen de maatstaf. Het blijft aan de Belastingdienst om schijnzelfstandigheid te bewijzen. Daar moet niet te snel aan voorbij worden gegaan.
Column Angelique Perdaems.
Lees ook: Nieuwe wet en speciale toelatingseenheid voor streng toezicht op uitzendbureaus