Pro Industry rekent in het Flexmarkt Marktonderzoek 2026 op een sterke omzetgroei. Opvallend, in een markt die volgens veel partijen juist onder druk staat. Zelf twijfelt de organisatie daar niet over. Volgens commercieel directeur Maxim Wilms ligt de basis voor groei in specialisatie, een groot kandidatenbestand, strakke sturing en de overtuiging dat generalisten steeds vaker terrein verliezen aan nichespelers.
Pro Industry is onderdeel van een holding met twee labels. “De een is Pro Industry, gericht op de maakindustrie. En we hebben een paar jaar geleden een overname gedaan van een logistieke uitzender: Wolfram Chain.” Beide labels opereren zelfstandig naar de markt toe, maar delen intern processen en systemen. Waar Wolfram Chain zich richt op transport en logistiek, focust Pro Industry zich op een duidelijke doelgroep. “We focussen ons echt alleen op bedrijven waar operators aan de slag zijn.”
Die keuze is bewust. Volgens Wilms verliezen generalistische uitzenders steeds vaker terrein. “Die kunnen gewoon niet meer op tegen een aantal specialistische uitzenders. En daar zijn wij er één van. Voor kandidaten betekent dat ook directe meerwaarde. Stel dat jij een operator bent en je bent op zoek naar een andere operatorbaan. Dan hebben wij vijftig verschillende banen per provincie. En we weten alles over die banen.”
Groei door marktaandeel af te pakken
Waar veel partijen afhankelijk zijn van marktomstandigheden, kijkt Pro Industry daar anders naar. “Bottom line: de hele markt krimpt jaar op jaar een klein beetje. Toch groeien wij eigenlijk al sinds we bestaan.” De afgelopen jaren lag die groei rond de vijftien procent per jaar. Die groei komt niet uit de markt zelf, maar uit het overnemen van posities. “Wij pakken nu vooral marktaandeel af van andere partijen.”
Vooral grote generalisten laten volgens Wilms ruimte liggen. Als voorbeeld haalt hij een van hun klanten, FrieslandCampina, aan. “Traditionele spelers hadden moeite om kandidaten voor hen te vinden. Wat doen zij? Ze betrekken andere uitzenders erbij. Zo zijn wij nu als preferred supplier aangehaakt. Dat is geen uitzondering, maar een trend die zich steeds vaker herhaalt.”
Data als concurrentievoordeel
Een belangrijk fundament onder die groei is data. Pro Industry bouwt al vijfentwintig jaar aan een uitgebreid kandidatenbestand en legt daarover structureel informatie vast. “Wij bouwen al vanaf dag één aan een rijk en actueel kandidatenbestand. Daarbij gaat het om relevante gegevens die we zorgvuldig en volgens de AVG verwerken. Omdat we gedurende hun carrière in contact blijven met kandidaten, kunnen we hun profiel continu actualiseren en afstemmen op hun veranderende situatie, wensen en ambities.” Volgens Wilms maakt juist dat detailniveau het verschil: je hoeft minder te zoeken en kunt sneller gericht matchen. De les daarachter is volgens hem simpel. Wie consequent data opbouwt en bijhoudt, creëert op termijn een voorsprong. “Als klanten een uitvraag doen voor tien operators, dan kunnen wij die over het algemeen binnen een week vinden.”
Lees ook: Commercieel directeur Please Jad Berad: “Omzet zegt veel, maar niet alles”
Geen uitzenden om het uitzenden
Waar veel uitzenders flexibiliteit centraal stellen, kiest Pro Industry voor een ander model. “Wij werken alleen maar samen met opdrachtgevers die een overname-intentie hebben. Bij ons is het doel: je wordt overgenomen.” Hierdoor kan een kandidaat doorgroeien binnen het bedrijf. Dat maakt de propositie richting kandidaten aantrekkelijker. “Niemand wil jarenlang flexibel blijven zonder perspectief.”
Pro Industry werkt alleen met bedrijven die aan strikte criteria voldoen. “Wij werken niet met bedrijven samen die lager dan marktconform betalen. We werken ook niet met bedrijven samen waar het werk vies, nat, koud of whatever is.” Dat betekent dat er bewust kansen worden laten liggen, en dat is volgens Wilms juist de kracht van het model. “Wij verkopen heel vaak nee.”
De echte bottleneck: vacatures
Kandidaten hebben ze genoeg, vertelt Wilms. De uitdaging zit volgens hem juist aan de vraagkant. “Dat zit echt in de aantallen vacatures die we bij klanten hebben.” Hij merkt dat er terughoudendheid is bij opdrachtgevers. Externe ontwikkelingen zoals de impact van de energieprijzen en economische onzekerheid spelen mee. “Er zit ook een echt behoorlijke kostendruk op flex.” Daarnaast heeft ook wet- en regelgeving invloed gehad op het gedrag van opdrachtgevers. “We zijn vanaf november echt veel tijd kwijt geweest met alle arbeidsvoorwaarden opvragen bij klanten. Dat zorgde niet alleen voor extra werk intern, maar ook voor vertraging in de markt. Dat heeft zeker impact gehad op de aantallen vacatures.”
Toch ziet Wilms dit niet als een structureel probleem. “Ik heb vooral het idee dat het een tijdelijke terughoudendheid is. De onderliggende vraag naar personeel blijft bestaan. In the end draait de productie wel. En nieuwe medewerkers zijn ook gewoon nodig. Vroeg of laat gaan ze ons gewoon weer nodig hebben.”
Sturen op details
Intern onderscheidt het bedrijf zich volgens Wilms door een sterke focus op prestaties en processen. “Wij zijn heel kpi-gestuurd. Wij meten alles. Niet alleen resultaten, maar ook handelingen worden vastgelegd en geanalyseerd. Daardoor hebben we vrij snel inzicht in waar het goed gaat en waar we moeten verbeteren. Die aanpak wordt niet door iedereen gewaardeerd. Het kan ervaren worden als micromanagement.” Toch gelooft Wilms dat juist daar het verschil zit. “Details doen er toe. Dat is net als in topsport.” De organisatie werkt met dashboards en stuurt meerdere keren per dag bij. Teams worden afgerekend op gezamenlijke prestaties. “Dus een team op een vestiging werkt aan hetzelfde doel.”
Resultaat boven flexibiliteit
Op cultureel vlak wijkt Pro Industry bewust af van trends in de arbeidsmarkt. “Iedereen werkt fulltime en iedereen werkt op kantoor. Volledig.” Dat maakt het soms lastiger om personeel te vinden, erkent Wilms. “Dit is gewoon wat minder aantrekkelijk voor een grote groep mensen. Toch zien wij het als noodzakelijk. Als je allemaal op andere plaatsen werkt en op andere tijden, dan kan je gewoon niet goed met elkaar samenwerken.”
Mindset maakt het verschil
Wilms leest vaker sombere berichten over de markt, maar kiest zelf liever voor een andere toon. “Als wij als directie al roepen dat het speelveld om ons heen moeilijk is, wat roep je daarmee af op je mensen? Wij roepen juist: ‘jongens, er liggen vreselijk veel kansen. We werken nog niet met deze en deze bedrijven samen. Dit is het moment om te vlammen.’”
Die mindset vertaalt zich volgens Wilms ook direct naar gedrag op de werkvloer. “Medewerkers krijgen niet de ruimte om af te wachten, maar worden juist gestimuleerd om actief nieuwe kansen te zoeken.” Volgens Wilms zit daar een fundamenteel verschil met veel concurrenten. “Zij kijken veel meer naar buiten. Wij zijn meer intern gericht. De nadruk ligt op wat wel beïnvloedbaar is. Zoals processen verbeteren, klantpotentieel benutten en medewerkers beter maken.”
“Niet meer tijd om te darten, maar meer tijd om bij onze klanten op bezoek te gaan”
AI als volgende versneller
In 2026 willen ze nog meer gaan inzetten op AI. Dankzij de grote hoeveelheid data kan de organisatie relatief snel stappen zetten. AI wordt al ingezet voor vacatureteksten, kandidaatvoorstellen en gespreksverwerking. Dat levert direct tijd op. “We zien dat een recruiter al bijna twee uur wint per dag. Die tijd zetten we opnieuw in voor commerciële activiteiten. Dus niet meer tijd om te darten, maar meer tijd om bij onze klanten op bezoek te gaan. Dat verhoogt de productiviteit de komende jaren verder. Met dezelfde mensen behalen we veel meer resultaat.”
Groeien zonder jezelf te verliezen
Toch ziet Wilms ook een risico in verdere groei. “Als we nog groter worden, kunnen wij dan nog wel grip houden op het resultaat? De kracht van onze organisatie zit juist in korte lijnen en directe aansturing. Meer schaal kan die dynamiek onder druk zetten. Daarom organiseren we groei bewust zonder extra hiërarchische lagen aan te brengen. Wij breiden meestal gewoon uit in de breedte. Zo blijft de afstand tot de werkvloer klein.”
Keuzes maken en volhouden
Voor andere flexondernemers heeft Wilms een duidelijke boodschap. “Ondernemerschap staat of valt met keuzes maken en daar aan vasthouden. Die keuzes moet je consequent doorvoeren, ook als het tegenzit. De verleiding om af te wijken is er altijd, maar leidt zelden tot betere resultaten.” Daarbij hoort ook focus op wat echt telt. “Sturen op die dingen waarmee je het verschil maakt. Oftewel: minder praten, meer doen. Eindeloos lullen en vergaderen, wat heb je eraan?”
Lees ook: Angelique Perdaems: “‘Zelfstandige, tenzij’: belofte of boemerang?”