‘De kloof tussen mbo en werkgevers heeft ook met het imago van mbo’ers te maken’

0

Van een investeringsmaatschappij naar een bemiddelaar in technische vakkrachten. Directeur Dennes van der Vlist van DIT Holding maakte die overstap vijf jaar geleden. “Een bedrijf als DIT voegt echt iets toe aan de economie.”

Tekst: Ellen Nap

Hij komt uit een heel andere wereld dan die van DIT, uitzender en detacheerder van technische vakkrachten, is het eerste wat directeur Dennes van der Vlist (35) zelf zegt. Hij doelt op de jongens die DIT bemiddelt en die vaak een mbo-achtergrond hebben. “Zelf kom ik uit een typisch vwo-gezin. Ik heb gestudeerd, net als mijn zusje en vier broertjes. Ik ben cum laude afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit en heb daarna bij een bank in Londen stage gelopen en bij twee Nederlandse investeringsmaatschappijen gewerkt.”

Hoewel hij het werken bij Goldman Sachs in Londen “leerzaam en een hele ervaring om mee te maken” vond, zag hij een verdere bankcarrière niet echt zitten. “In die wereld is je werk je leven. Je vrienden werken bij de bank en grote kans dat je ook een partner vindt bij die bank.” Het beeld van het bijbehorende leven – “dat je dan kinderen krijgt en je de rest van je leven hard aan het werken bent om die dure scholen in Engeland te betalen” – stond hem tegen. Zo’n leven wilde hij niet.

Investeringsmaatschappijen

Na het korte Engelse avontuur in 2010 werkte Van der Vlist bij twee investeringsmaatschappijen in Nederland. “Het leuke van dat werk is dat het heel breed is. Voor het doen van bedrijfsovernames moet je een markt, een bedrijf en de strategische positie van het bedrijf goed kunnen analyseren. Maar ook een bieding voorbereiden en de onderhandeling doen. Verder heb je te maken met juridische en sociale zaken. Alles komt hier samen, dus je moet van alles behoorlijk wat afweten. Dat is heel gaaf.”

‘Zo’n overstap is niet gebruikelijk’

Maar het gegeven dat van de 100 potentiële deals er uiteindelijk 98 niet doorgaan, vond hij een minder leuke kant van dit werk. “Je moet je voorstellen dat je iedere keer weer diep in zo’n proces duikt en dat het bijna altijd, vroeg of laat, misgaat. Ik vond het lastig om continu heel hard te lopen, avonden en weekenden te werken, terwijl je weet dat er een grote kans is dat het hem uiteindelijk niet gaat worden.” 

Zelf zo’n bedrijf runnen, is dan toch anders, dacht Van der Vlist. “Dan zet je met dat harde werken iedere keer een stap. Dat maakt het heel tastbaar.” 

Dus toen zich in 2019 de kans voordeed om bij DIT Holding cfo te worden en zich daar voor een stukje in te kopen, was de keuze snel gemaakt. Van der Vlist kende het bedrijf uit zijn tijd bij investeerder H2, waar hij DIT in zijn bedrijvenportfolio had in de rol van aandeelhouder. Zo’n overstap is niet heel gebruikelijk, maar het komt wel vaker voor, zegt Van der Vlist desgevraagd. “Het is ook echt wel iets anders. Maar mij past het goed.” Met name het bouwen aan het bedrijf vindt hij aantrekkelijk. “Je bent met een team aan de slag om iets groter te maken en te laten groeien.”

Dennis van der Vlist belooft zijn vakkrachten dat alles ‘extreem goed geregeld is’

Goed werkgever

DIT Holding richt zich met de labels DIT Personeel en Larex op de bouw, techniek, metaal en de schildersbranche. Dat was dus niet per se zijn wereld, zoals Van der Vlist bij zijn introductie vertelde. Maar hij lijkt er zijn plek te hebben gevonden. Na een kleine twee jaar financieel directeur te zijn geweest, is hij sinds najaar 2020 algemeen directeur. “Een bedrijf als DIT voegt echt iets toe aan de economie. En als goed werkgever doen we dat ook aan de kant van de vakkrachten.”

Uitzenden en detachering

Van de twaalfhonderd technische vakkrachten komt ongeveer tweederde uit Nederland en eenderde uit andere Europese landen, met name uit Polen en Roemenië. Daar heeft DIT drie lokale kantoren. In Nederland telt DIT dertien vestigingen. Daar waar de Europese krachten voornamelijk in een uitzendconstructie werken, wordt driekwart van de Nederlandse krachten gedetacheerd. 

Alles goed doen

‘Extreem goed geregeld’, is de belofte die DIT aan zijn vakkrachten doet. “Wij zorgen goed voor onze mensen. Afspraak is afspraak, ze worden goed betaald. Ze krijgen goed gereedschap van ons en soms ook een auto.” Eigenlijk gewoon de manier waarop het zou moeten, voegt Van der Vlist daar zelf aan toe. “Goed werkgeverschap zit in een aantal basisfactoren, noem het hygiëne. Zoals de eerdergenoemde punten en zaken als op tijd betalen en het pensioen goed regelen. Maar het zit ook in een stukje dienstverlening. Onze accountmanagers kennen de mensen persoonlijk en weten wat ze kunnen en leuk vinden. Die zorgen er dan ook voor dat je zo veel mogelijk op projecten komt, waar je ook echt tot je recht komt. Verder bieden we opleidingen aan, zodat mensen ook in hun ontwikkeling bij ons een volgende stap kunnen zetten.” 

DIT Holding

Dennes van der Vlist is sinds 2020 algemeen directeur van DIT Holding, waar hij begon als financieel directeur. DIT Personeel en Larex zijn de twee grootste labels van DIT Holding. Ze hebben ruim twaalfhonderd mensen aan het werk en iets meer dan honderd personen bevolken de interne kantoren. Naast deze twee labels heeft DIT ook nog twee zusterbedrijven in kaderpersoneel: CAJA en Connetix. “Onder andere om de holding goed te versterken met aanpalende business, waardoor we minder conjunctuur-afhankelijk zijn”, verklaart Van der Vlist.

Het is dus niet één ding, zegt Van der Vlist. De uitdaging is om alle dingen goed te doen. “Dat is nog best moeilijk. Je moet op heel veel dingen letten. Het is een beetje zoals met een voetbalteam: simpel voetballen is moeilijker dan je denkt. Als het er mooi uitziet, weet je dat het ingewikkeld is.” Het maakt ook dat de uurtarieven “wat hoger liggen dan gemiddeld in de markt”. Maar daar staat volgens Van der Vlist tegenover dat zijn jongens “net kwalitatief even wat beter en ook prettiger zijn in de omgang dan gemiddeld”.

BBL-leerlingen

Op de site van DIT is te lezen dat de dienstverlening, naast uitzenden en detacheren, bestaat uit onder meer ‘opleiden en adviseren op HR en MVO-SROI-gebied’. Van der Vlist nuanceert dit naar dat “er bepaalde trajecten zijn voor mensen die moeilijker aan het werk te helpen zijn”, maar dat DIT daar in de praktijk niet heel veel mee doet. “De bouw werkt op projectbasis. Onze klanten hebben een deadline, terwijl de genoemde trajecten toch een oog voor de langere termijn vragen. Dat is lastig.”

Een groep waar DIT wel concreet mee aan de slag is, zijn BBL-leerlingen. Ruim honderd jongens volgen bij DIT een ‘beroepsbegeleidende leerweg’. “En ook daar moeten we nog weleens aan een klant uitleggen dat hij misschien nu even niemand nodig heeft, maar straks weer wel. Dus dat je maar beter nu kunt beginnen om iemand het werk te leren, want over twee jaar heb je hem zeker nodig.

Arbeidsmarkt nog krapper

“Het is een lastig te verkopen boodschap”, zegt Van der Vlist. Het besef dat de arbeidsmarkt alleen maar krapper wordt, daalt maar langzaam in. Het is, zoals in veel sectoren overigens, met name acteren op de korte termijn. “Ik merk het bij mezelf ook, ik ben toch meestal meer bezig met wat er de komende weken en maanden moet gebeuren. Het is ook wel logisch dat we zo denken. Als je bij een uitvoerder op de bouw aankomt met het verhaal dat hij over twee jaar enorm veel mensen nodig heeft, zegt hij: “Leuk, maar nu moet dit eerst af.” Bij bijvoorbeeld een gemeente die minder projectmatig werkt, kan ik me voorstellen dat er meer oog is voor de lange termijn.”

Zijn verwachting voor de komende jaren is “dat er een enorme berg werk aankomt”. “Dat maakt dat we die tekorten alleen nog maar meer gaan voelen. We hebben echt met elkaar goed na te denken hoe we dit gaan opvangen.” Van der Vlist noemt de vergrijzing, die een steeds groter gat gaat slaan op de arbeidsmarkt. “Onze dienstverlening als DIT moet zijn dat wij heel goed zijn in het vinden van de juiste arbeidscapaciteit.”

Pensionado’s

Hij is bezig met een initiatief om pensionado’s terug de werkvloer op te krijgen. “Die hebben veel ervaring. En ze vinden het leuk om naast hun pensioen ook nog een beetje bezig te zijn en een rol te spelen in de maatschappij. Dat zie ik ook aan mijn eigen ouders.” Hoe mooi zou het zijn als je zo’n ervaren kracht wat kunt laten bijverdienen. Of dat je gepensioneerden kunt koppelen aan een of twee leerlingen om hun ervaring en kennis over te brengen, zegt Van der Vlist. “Dat lijkt me echt gaaf.” Bij DIT gaan ze beginnen met het benaderen van gepensioneerden uit hun eigen bestand.

Stichting Guruz

Een ander initiatief waar DIT bij betrokken is, is stichting Guruz. Deze non-profitclub van Arjan Elbers heeft als doel het kennisgat tussen mbo-onderwijs en de arbeidsmarkt te verkleinen. “Wij zijn founding partner van Guruz omdat we dat een heel goed doel vinden. De kloof tussen het mbo en werkgevers is groot. Dat heeft ook met imago van mbo’ers te maken. En daar was ik, moet ik heel eerlijk zeggen, met mijn eigen beeld van het mbo voordat ik in deze sector startte, dus ook schuldig aan.”

Guruz

DIT Holding is een van de founding partners van Guruz, een non-profitorganisatie die als doel heeft het kennisgat tussen het mbo en de arbeidsmarkt te verkleinen. Met behulp van online gastcolleges van werkgevers wil Guruz kennis delen en werkgevers bij mbo’ers introduceren.

 

Mooie MBO-beroepen

Als je wat verder kijkt, zie je dat het zonde is dat het mbo er zo slecht op staat, zegt Van der Vlist. “Er zijn zo veel mooie mbo-beroepen. Mooi om dan onlangs te lezen dat de starterssalarissen van behoorlijk wat mbo-banen tegenwoordig hoger liggen dan die van hbo-banen.” Zijn deelname aan Guruz is zeker niet bedoeld om toegang tot mbo’s te hebben om studenten te rekruteren. “Natuurlijk onderhouden we zelf ook contacten met scholen. Maar de reden dat we Guruz financieel steunen, is dat we het een heel goed initiatief vinden, dat goed past bij wat wij als bedrijf doen.”

Zoiets van de daken schreeuwen, past niet bij DIT, zegt Van der Vlist. “Wij zijn een tamelijk bescheiden bedrijf. Maar goed, eventuele spin-off is in deze krappe tijden natuurlijk mooi meegenomen.”

Over Auteur

Reageren is niet mogelijk.