Brief Van Hijum over praktijk WTTA: van kosten tot registratie BRP  

0

In een brief aan de Tweede Kamer ging minister van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in op talloze vragen van kamerleden over de praktische zaken en wensen over de WTTA. Van kosten tot en met de registratie in de basisregistratie personen.  

We schreven eerder al over de stappen van de WTTA voorafgaan aan de schorsing of intrekking van een toelating. Dat staat ook in deze brief.

Kosten: uitwerking nog niet ver genoeg gevorderd

De minister zei toe in de toekomst zo transparant mogelijk te rapporteren over de kosten van het stelsel. “Op dit moment kan ik alleen in algemenere termen aangeven welke kosten wel en niet mogen worden toegerekend aan de leges. De uitwerking van (de financiën van) de uitvoering is nog niet ver genoeg gevorderd om in meer detail uitsluitsel te geven. Het stelsel kent als uitgangspunt dat de kosten voor de uitvoering van het stelsel voor rekening van de betreffende ondernemingen komen, en dat de overheid de kosten draagt van het publiekrechtelijke toezicht door de Nederlandse Arbeidsinspectie.”

Eerder schreven we al over de kosten en dat die een heikel punt vormen.

Kosten maximaliseren

De VDD wil de kosten voor uitleners maximaliseren op 2.006 euro. Ook daar is Van Hijum geen voorstander van. “Het amendement leidt er mogelijk toe dat de toelatende instantie zijn wettelijke taak niet goed kan uitvoeren. Het zou kunnen dat 2.006 euro per uitlener voldoende is voor de TI. Maar er is ook een kans dat de kosten per toelating hoger zijn. Als de TI in dat geval geen hogere leges mag heffen, heeft de TI te weinig mensen en middelen voor zorgvuldige besluitvorming over toelatingen. Dit brengt grote risico’s met zich mee en kan leiden tot onvolledige, ontijdige of onzorgvuldige besluitvorming, zoals het (onbedoeld) ten onrechte verstrekken van toelatingen aan kwaadwillende uitzendbureaus. Of tot het (onbedoeld) onterecht schorsen of intrekken van toelatingen van bonafide uitleners, omdat de TI geen rekening kan houden met bijzondere omstandigheden van de uitlener.”

Lees ook: WTTA: zo zien de stappen voorafgaand aan schorsing of intrekking toelating eruit

Verhogen waarborgsom onnodig

De SP stelde voor om het bedrag voor de waarborgsom te corrigeren voor inflatie. De waarborgsom wordt dan verhoogd van 100.000 naar 130.000 euro en van 50.000 naar 65.000 euro voor starters. De minister ontraadt dit amendement. “Het wetsvoorstel sluit voor wat betreft de bedragen van de financiële zekerheidsstelling aan bij de motie-Bruins en voorziet al in een jaarlijkse indexatie van deze bedragen volgens de consumentenprijsindex van het CBS. Het amendement regelt een indexatie met een aanzienlijke terugwerkende kracht, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet. Dit acht ik voor het oogmerk van de financiële zekerheidsstelling onnodig.”

Van Hijum ontraadt allerlei toevoegingen aan de wet die leden van de Tweede Kamer wilden.

Welke stappen doorlopen uitleners in het overgangsrecht?

Uitleners met een SNA-certificaat

Op grond van het overgangsrecht kunnen uitleners eenmalig worden toegelaten zonder een inspectierapport te overleggen. De minister: “Zij moeten wel aan de andere voorwaarden voldoen zoals het tijdig aanvragen van een toelating, het overleggen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en, indien van toepassing, het storten van een waarborgsom. Als blijkt dat deze uitleners het normenkader niet naleven – bijvoorbeeld uit signalen van de Arbeidsinspectie of de Belastingdienst – kan de TI de toelatingsaanvraag afwijzen of de toelating schorsen of intrekken. Ook kan de TI waar nodig een extra onderzoek laten uitvoeren door een inspectie-instelling.”

Lees ook: Van Hijum tijdens kamerdebat WTTA: ’Niet te vermijden, 
uitzenders krijgen meer administratieve lasten’

Uitleners zonder SNA-certificaat

Uitleners zonder SNA-certificaat kunnen niet worden toegelaten totdat zij een inspectierapport hebben overgelegd, staat in de brief. “Als deze uitleners zich vóór inwerkingtreding hebben aangemeld bij de TI, mogen zij blijven uitlenen terwijl zij in afwachting zijn van hun inspectierapport en het besluit op de toelatingsaanvraag. Zij komen in een wachtrij terecht en krijgen een apart zichtbare status in het register: ze zijn niet toegelaten maar mogen nog wel uitlenen. Als blijkt dat een uitlener de wet overtreedt, bijvoorbeeld uit signalen van de Arbeidsinspectie of de Belastingdienst, of als deze zich niet voldoende inspant om zo snel mogelijk een inspectierapport te overleggen, kan de TI de toelatingsaanvraag afwijzen en mag de uitlener niet langer uitlenen. Daarvoor hoeft de TI het inspectierapport niet af te wachten.”

Verplichte g-rekening op korte termijn niet haalbaar

NSC wilde een verplichte g-rekening voor alle uitzendbureaus. De minister: “Het verplichtstellen is op korte termijn niet haalbaar, omdat het aantal g-rekeningen met de huidige stand van de techniek niet op grote schaal kan stijgen. De g-rekeningprocessen worden namelijk zowel bij de banken als bij de Belastingdienst grotendeels handmatig uitgevoerd. Dit neemt niet weg dat de verplichte g-rekening een wens van het kabinet blijft. Het ministerie van Financiën heeft daarom een verkenner aangesteld die samen met de banken, het bedrijfsleven en de Belastingdienst onderzoekt of, onder welke voorwaarden en per wanneer verplichtstelling voor de g-rekening voor uitleners mogelijk zou kunnen zijn.”

Lees ook: Debat Tweede Kamer WTTA: Doet de wet wat deze belooft?

Reikwijdte beperken

De minister ontraadt in de brief een aantal amendementen, toevoegingen aan de wet. Een aantal amendementen beperkt de reikwijdte van het wetsvoorstel. De minister: “Ten tijde van de internetconsultatie hebben verschillende branches een verzoek tot uitzondering gedaan, omdat zij al eigen regulering hebben of omdat de problematiek met arbeidsmigranten in hun sector niet aanwezig is. Dat zijn omstandigheden die kunnen meewegen, maar op zichzelf niet doorslaggevend kunnen zijn. Doorslaggevend is of de belangen van een sector onevenredig worden geschaad, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking dienen te worden genomen. Bij de in de amendementen opgenomen uitzonderingen is daar, op basis van de beschikbare informatie, op dit moment geen sprake van. Beide amendementen ontraad ik daarom.”

Kwaadwillende uitleners

De VVD wilde een opschortende werking van een schorsing of intrekking. Ook dat ontraadt de minister. “Omdat de rechtsbescherming van uitleners reeds voldoende gewaarborgd is en een onbedoeld effect ervan is dat het vele maanden langer zal duren voordat kwaadwillende uitleners uit de markt geweerd kunnen worden. Een uitlener heeft 75 werkdagen, circa 4 maanden, na aanvang van de inspectie tot aan het aanleveren van het inspectierapport bij de TI. Gedurende die periode wordt de uitlener in de gelegenheid gesteld om een overtreding te herstellen alvorens het inspectierapport wordt ingediend en geldt tweemaal een hoor- wederhoormogelijkheid bij de inspectie-instelling. Als het de uitlener niet gelukt is om te herstellen, krijgt de uitlener ook van de toelatende instantie de mogelijkheid om te herstellen. Pas daarna neemt de TI een besluit tot schorsing. Dat proces duurt minstens enkele weken. Met dit amendement wordt aan die periode minstens een halfjaar toegevoegd.” 

Lees ook: Flexmarkt Magazine maart 2025, nu te lezen

Bevoegdheden van de Arbeidsinspectie

Een aantal amendementen gaat over de bevoegdheid van de Nederlandse Arbeidsinspectie. GroenLinks-PvdA stelt een bevoegdheid voor om een individueel inleenverbod op te kunnen leggen. Dat betekent dat de Arbeidsinspectie de wettelijke bevoegdheid krijgt om een verbod op het inlenen van arbeidskrachten op te leggen bij één bepaalde onderneming of organisatie. De minister: “Ik vind dit amendement ingrijpend, waarbij direct een nieuwe bevoegdheid wordt opgenomen, zonder dat er nu zicht is op de effecten ervan en de samenhang met andere maatregelen.” Groen-Links en NSC wilden dat de Arbeidsinspectie boetes kan opleggen aan uitleners die het ‘loonverhoudingsvoorschrift’ overtreden. Van Hijum: “Dit amendement ontraad ik vanwege het volgende. Dit amendement voegt een nieuwe, complexe bevoegdheid voor de Arbeidsinspectie toe. De onderzoeken naar juiste beloning zijn arbeidsintensief en tijdrovend.”

Registratie in de BRP

Een aantal amendementen ziet op een zorgplicht voor werkgevers voor registratie in de Basisregistratie Personen. De minister: “De complexiteit van de uitvoering van de Wtta al tot vertraging geleid bij de invoering van het stelsel. Het toevoegen van een geheel nieuwe norm die ook nieuwe uitvoeringsvragen met zich zal meebrengen zal de complexiteit van het stelsel verder vergroten en dit brengt daarom een risico van verdere vertraging met zich mee. Gelet op dit risico heb ik ervoor gekozen om de zorgplicht niet op te nemen in het normenkader. Daarom ontraad ik dit amendement.”

Volgende week, het is nog niet precies bekend wanneer, vervolgen de Tweede Kamer en de minister de behandeling van de WTTA in de plenaire vergadering. Deze brief was een tussenstap tussen de behandeling eerder en de behandeling volgende week.

 

Over Auteur

Ronald Bruins is hoofdredacteur van Flexmarkt.

Reageren is niet mogelijk.