De Nederlandse flexbranche bevindt zich midden in een structurele omslag. Strengere wetgeving, aanhoudende arbeidsmarktkrapte en het wegvallen van kostenvoordelen maken het traditionele verdienmodel van veel uitzendorganisaties steeds minder houdbaar. Volgens een nieuw vooruitzicht van ING Research blijft het herstel in 2026 beperkt tot een lichte groei van circa 1 procent, terwijl een shake-out in de sector vrijwel onontkoombaar is.
Na twee jaren van krimp stabiliseerde het aantal gewerkte uren in de flexbranche vorig jaar. Voor 2026 verwacht ING Research voor het eerst weer een bescheiden plus. Die groei komt vooral voort uit een voorzichtig aantrekkende economie, waardoor bedrijven geleidelijk meer gaan investeren en hun personeelsvraag toeneemt. In 2025 hielden veel organisaties de hand nog op de knip vanwege geopolitieke onzekerheid en de politieke instabiliteit in Nederland.
Strengere handhaving zzp-wetgeving zorgt voor verschuivingen
De hernieuwde controle op schijnzelfstandigheid sinds begin 2025 heeft echter duidelijk sporen nagelaten op de arbeidsmarkt. Werk dat voorheen door zzp’ers werd uitgevoerd, kon niet altijd langer als zelfstandige arbeid worden georganiseerd. Bedrijven kozen er daarom vaker voor om deze professionals zelf in dienst te nemen, via een vast of flexibel contract.
Dat beeld wordt bevestigd door recente cijfers van het CBS. In het derde kwartaal van 2025 telde Nederland 73.000 minder zzp’ers in de werkzame beroepsbevolking. Het aandeel zelfstandigen daalde daarmee van 13 naar 12 procent. Tegelijkertijd groeide het aantal werknemers met een vast contract met ruim 100.000. Die toename is niet alleen het gevolg van bevolkingsgroei, maar vooral van een verschuiving van flex naar vast en de overstap van zzp’ers naar loondienst.
Krapte en mismatch blijven groei belemmeren
Ondanks het verwachte herstel blijven de marktomstandigheden voor flexbedrijven uitdagend. Structurele personeelsschaarste is nog altijd een van de grootste knelpunten. Eind 2025 gaf meer dan de helft van de flexbedrijven aan hinder te ondervinden van een tekort aan personeel, zowel intern als onder uitzendkrachten.
Die krapte remt de groei, omdat de instroom van nieuwe kandidaten stokt. Tegelijkertijd blijft sprake van een mismatch op de arbeidsmarkt: beschikbare kandidaten sluiten vaak onvoldoende aan op de profielen waar opdrachtgevers naar zoeken. Dat maakt het voor uitzend- en detacheringsbureaus lastig om hun rol als snelle en flexibele schakel waar te maken.
Nieuwe wetgeving maakt flex duurder en minder flexibel
De druk op het verdienmodel neemt verder toe door aankomende wet- en regelgeving. Naast de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid ligt onder meer de Wet ‘meer zekerheid flexwerkers’ op tafel. Deze wet moet per 1 juli 2026 ingaan en geeft uitzendkrachten dezelfde rechten als werknemers in loondienst, waaronder een marktconform pensioen en recht op een transitievergoeding.
Het doel van deze maatregelen is het creëren van een gelijker speelveld tussen arbeidsvormen en het vergroten van de bestaanszekerheid van flexwerkers. Voor inlenende bedrijven betekent dit echter dat uitzendwerk niet alleen duurder wordt, maar ook aan flexibiliteit inboet.
Einde van concurreren op prijs
Volgens ING Research is het effect onvermijdelijk: concurreren op lage tarieven behoort definitief tot het verleden. Met name uitzendorganisaties die hun bestaansrecht ontlenen aan zeer scherpe flextarieven, mogelijk gemaakt door uitgeklede arbeidsvoorwaarden, komen onder druk te staan. Een shake-out in de sector ligt dan ook voor de hand.
“De tijd van concurreren op lage tarieven is voorbij”, zegt Katinka Jongkind, sectoreconoom Services bij ING Research. “Waar in het verleden volume centraal stond, zijn nu steeds vaker kwaliteit, expertise en specialisatie onderscheidende factoren.”
Van bemiddelaar naar HR-partner
Om toekomstbestendig te blijven, moeten flexbedrijven zich strategisch herpositioneren, stelt ING. De kern van de dienstverlening verschuift daarbij van pure bemiddeling naar bredere HR-dienstverlening. Advies, opleiding, ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid worden steeds belangrijker.
“Flexbedrijven moeten zich opnieuw uitvinden”, aldus Jongkind. “Wie niet investeert in opleiding, advies en duurzame inzetbaarheid, verdwijnt uit de markt.”
Het volledige vooruitzicht van ING Research onderstreept daarmee een duidelijke boodschap voor de sector: lichte groei is mogelijk, maar alleen voor partijen die bereid zijn hun rol en waardepropositie fundamenteel te herzien.