Na 25 jaar nemen Frank van Gool en Karolina Swoboda afscheid van Otto Work Force, waar ze samen een succesvol uitzendbedrijf van hebben gemaakt. Van Gool blikt samen met collegauitgave Logistiek.nl terug op hoogte- en dieptepunten, deelt zijn visie op arbeidsmigratie en kijkt vooruit naar de toekomst van zijn andere bedrijf Kafra Housing.
“Het doet echt pijn in je hart, zoals ze dat zeggen. Emotie zit er zeker wel in. Als je elke dag met zulke mooie mensen en zo’n mooie organisatie mag werken, voelt het echt als afscheid van een baby die je samen met Karolina hebt opgevoed.” Het is eind februari en afscheidsdatum 16 maart komt snel dichterbij. Een weekje eerder gaat dat nog zijn, zegt Van Gool, want hij neemt ook nog wat vakantiedagen op. “We hebben alles meegemaakt, zowel goede als slechte tijden. Het is tijd om Otto Work Force door te geven, maar dat doet zeer.”
Lees ook: Nieuwe fase voor OTTO Work Force: CEO en Vice-CEO kondigen vertrek aan
Waar kijk je het meest positief op terug?
Van Gool: “Wat echt bij blijft is dat we de arbeidsmigranten in Nederland een gezicht hebben gegeven. In het begin werd er gezegd dat ze onze banen inpikten, maar nu weet iedereen hoe hard we ze nodig hebben. Ook het Deltaplan Grip op arbeidsmigratie (zie kader, red.), dat we samen met Gert-Jan Segers hebben geschreven, is een hoogtepunt. Het heeft aandacht gevraagd voor de misstanden, maar ook voor wat er goed gaat.”
Meer op persoonlijk vlak vindt Van Gool het bijzonder om te zien hoeveel mensen binnen Otto zijn doorgegroeid. Flexmedewerkers die nu in dienst zijn bij het bedrijf zelf of bij een opdrachtgever. “70 procent van onze stafmedewerkers is ooit begonnen als flexmedewerker. Dat is iets waar ik echt trots op ben.” Empowerment is altijd een belangrijk thema geweest binnen Otto. Medewerkers krijgen de ruimte om fouten te maken, om dingen bespreekbaar te maken en transparantie is wat Van Gool betreft een groot goed.
Vanuit de wetenschap dat Nederland niet zonder arbeidsmigranten uit het buitenland kan, maar dat er tegelijkertijd nog veel knelpunten zijn, staan in dit Deltaplan ten eerste voorstellen om misstanden tegen te gaan. Ook biedt het rapport mogelijke oplossingen voor de huisvestingproblematiek en ideeën voor een duurzame vorm van arbeidsmigratie. Voor Segers staat buiten kijf: het is tijd om grip te hebben op het onderwerp.
Het Deltaplan is begin 2024 gepresenteerd.
Wat was een lastige periode voor Otto?
“Corona was natuurlijk een uitdaging. We moesten binnen tien dagen 1.500 mensen extra organiseren.” Ook heeft de pandemie in de nadagen geleid tot het overlijden van een van de trouwste stafmedewerkers. Iets anders wat Van Gool benoemt, is het Polenmeldpunt.
En ondanks eindeloze inspanningen van zijn kant, is er nog altijd veel negativiteit rondom arbeidsmigratie. “Helaas zijn er nog altijd misstanden, en elke misstand is er één te veel en moet aangepakt worden. Maar wat wij doen, doen wij goed. Wij zorgen ervoor dat medewerkers op tijd en juist betaald krijgen en dat ze zicht hebben op een contract voor onbepaalde tijd en met minimumaantal uren. Ook geven we in alle benodigde talen uitleg over de salarisstrook – heb jij duidelijk hoe je salaris precies is opgebouwd? Dat is ontzettend ingewikkeld, maar wij nemen de tijd om de medewerkers volledig te informeren. Dus nogmaals, wat wij doen, doen we goed. Je moet alleen iedere keer weer uitleggen dat het bij ons anders is.”
Lees ook: Van Gool steunt WTTA, maar noemt vergewis- en meldplicht zorgwekkend
Wat verwacht je dat Raymond Puts met Otto gaat doen?
“Raymond is een uitstekende opvolger. Hij stond op nummer één op ons lijstje. Hij heeft veel ervaring en kennis van het vakgebied. Wat ik verwacht is dat hij het pad dat wij hebben uitgestippeld verder doorzet en de volgende fase inleidt: Otto Work Force 3.0”, zegt Van Gool, die verder vooral zijn opvolger niet voor de voeten wil lopen. Er zal meer gekeken worden naar het aantrekken van mensen van buiten de EU. Vooral in de zorg is er heel veel extra arbeidskracht nodig. “We moeten duidelijk maken welke mensen Nederland nodig heeft en op basis van welk beleid we hen hier naartoe halen. We kunnen niet wachten totdat de tekorten oplopen. Het beleid moet de instroom uit derde landen, zoals wij de landen buiten Europa noemen, beter reguleren, zodat we mensen effectief kunnen inzetten waar ze nodig zijn.”

In hoeverre blijf je vanuit Kafra Housing met Otto samenwerken?
“Kafra en Otto werken samen als partners, maar dit is een afsluiting van mijn directe betrokkenheid bij Otto.”
Hoe gaat het nu met Kafra, waar houd je je mee bezig?
“Kafra Housing is nu zeven jaar actief, en we hebben nu twintig locaties met 5.000 bedden gerealiseerd. Dat aantal willen we verdubbelen. We zorgen voor goede huisvesting, omdat dat essentieel is voor de mensen die hier tijdelijk werken. En de huisvesting die wij bieden wordt gewaardeerd, we krijgen zeer goede cijfers op tevredenheid.”
De grootste uitdaging voor Kafra Housing is volgens Van Gool de financiering van de huisvesting voor arbeidsmigranten. Het gaat om miljoenen euro’s per vestigingslocatie en de bank is niet happig. “Je moet altijd minimaal de helft zelf meebrengen, en dat maakt het een kapitaalintensieve uitdaging. We zijn als bedrijf nog steeds aan het investeren, maar de terugverdientijd is minimaal vijftien jaar. Onze eerste projecten moeten dus nog altijd gaan renderen.” Zodra de woningen staan, komen de meeste huuropbrengsten van de werkgevers. Het is overigens ook mogelijk om als arbeidsmigrant zelf een woning te huren, voor maximaal zes maanden.
Lees ook: Met alleen Europese arbeidsmigranten komen we er niet, weet OTTO Work Force
Hoe kijk je naar de berichtgeving/het sentiment rondom arbeidsmigratie? Begrijpen politiek en samenleving hoe we met ze om moeten gaan?
“De politiek is nog steeds kortzichtig, en dat vind ik jammer. Arbeidsmigratie is nodig, maar moet goed gereguleerd worden. We moeten zorgen dat we mensen vanuit derde landen aantrekken voor de juiste sectoren. Het is een grotere uitdaging dan de politiek denkt.”
Onlangs was er ook weer veel gedoe rondom Greenport Venlo. Omringende gemeenten vinden dat het niet goed is geregeld. Hoe gegrond is dat negatieve sentiment?
“Het sentiment rondom Greenport Venlo wordt vaak negatief weergegeven in de media, maar dat klopt niet met de realiteit. Er is geen overlast en de mensen die er wonen geven een gemiddelde tevredenheid van 8,4. Soms worden kleine incidenten opgeblazen, maar dat is de realiteit van werken met arbeidsmigranten.”
In 2028 bestaat Kafra tien jaar. Waar sta je dan?
“Ik hoop dat we tegen die tijd een goede oplossing hebben voor de misstanden in arbeidsmigratie en dat we in staat zijn om te voldoen aan de enorme vraag naar arbeidskrachten. We moeten ervoor zorgen dat we arbeidsmigratie niet als probleem zien, maar als een kans voor zowel Nederland als de landen waar de migranten vandaan komen. Kafra zelf? Laat ik eens ambitieus doen: in 2028 zitten we op dat dubbele aantal locaties en bedden. Dat is waar we naartoe willen.”