VBAR naar Tweede Kamer: wat zijn de belangrijkste punten?

0

Met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden wil het kabinet paal en perk stellen aan schijnzelfstandigheid. De wet, die op 1 juli 2026 in werking treedt, moet zorgen voor meer duidelijkheid over wanneer iemand werknemer is en wanneer niet? Wat betekent dit voor werkenden, werkgevers en de arbeidsmarkt?

De afgelopen decennia is het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in Nederland explosief gegroeid. Hoewel veel van hen bewust kiezen voor het ondernemerschap, blijkt uit dat een aanzienlijk deel feitelijk werkt als werknemer, maar zonder de bijbehorende bescherming. Deze zogenoemde schijnzelfstandigen lopen risico’s op het gebied van ziekte, werkloosheid en pensioen, terwijl ze vaak ook minder verdienen dan werknemers in loondienst. Volgens het kabinet is deze ontwikkeling schadelijk voor zowel de werkenden als het sociale stelsel. Werkgevers kunnen kosten besparen door geen premies af te dragen, wat leidt tot oneerlijke concurrentie. Bovendien ondermijnt het de solidariteit in het sociale zekerheidsstelsel.

Lees ook: Kabinet stuurt wetsvoorstel VBAR naar Tweede Kamer

Lees hier het hele wetsvoorstel.

Verduidelijking begrip werken in dienst van

Centraal in het wetsvoorstel staat een verduidelijking van het begrip ‘werken in dienst van’, zoals opgenomen in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek. De wet introduceert twee hoofdelementen:

· W: Werkinhoudelijke en organisatorische sturing door de werkgever.
·  Z: Werken voor eigen rekening en risico, kenmerkend voor zelfstandigen.

Aan de hand van deze elementen wordt beoordeeld of sprake is van een arbeidsovereenkomst. De wetgever heeft deze criteria gebaseerd op bestaande jurisprudentie, waaronder het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad. De bedoeling is om de beoordeling van arbeidsrelaties minder afhankelijk te maken van interpretatie en meer van feitelijke omstandigheden.

Indicaties voor werknemerschap (W):

· Instructiebevoegdheid.
· Controle en bijsturing.
· Inbedding in organisatie.
· Structureel werk.
· Werk zij-aan-zij met werknemers.

Indicaties voor zelfstandigheid (Z):

· Financieel risico ligt bij werkende.
· Herkenbare zelfstandige uitvoering.
· Specifieke kennis/vaardigheden.
· Korte duur/beperkte omvang opdracht.
· Extern ondernemerschap (meerdere opdrachtgevers, KvK, eigen website, etc.).

Lees ook: Zzp en schijnzelfstandigheid: wat verandert er met de Wet VBAR?

Rechtsvermoeden

Een tweede belangrijke pijler van het wetsvoorstel is de invoering van een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief van maximaal €36. Dit bedrag is gebaseerd op 120% van het minimumloon, vermeerderd met een opslag voor verzekeringen, pensioen en niet-declarabele uren.

Als een werkende minder dan dit bedrag per uur ontvangt, wordt vermoed dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De bewijslast ligt dan bij de opdrachtgever om aan te tonen dat dit niet het geval is. Dit moet het voor kwetsbare werkenden makkelijker maken om hun rechten op te eisen, zonder direct naar de rechter te hoeven stappen.

Lees ook: Arbeidsovereenkomst of zzp? Hoge Raad biedt nieuwe inzichten

Praktijkvoorbeelden

Het wetsvoorstel bevat tal van praktijkvoorbeelden om de toepassing van de nieuwe regels te illustreren. Zo wordt een maaltijdbezorger die via een app werkt en instructies ontvangt over routes en bezorgtijden, geclassificeerd als werknemer. Daarentegen wordt een gespecialiseerde schilder die zelfstandig werkt, eigen materialen gebruikt en zelf klanten werft, als zelfstandige beschouwd.

Ook interimmanagers, pedagogisch medewerkers en creatieve freelancers worden onder de loep genomen. De rode draad: wie structureel werk verricht binnen een organisatie, onder toezicht en volgens instructies, is werknemer. Wie zelfstandig werkt, risico draagt en zich als ondernemer gedraagt, is zelfstandige.

Gevolgen voor werkgevers

Voor werkgevers betekent de wet dat zij hun arbeidsrelaties nauwkeuriger moeten beoordelen. Bij twijfelgevallen, zeker bij lage tarieven, moeten zij kunnen aantonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Doen zij dat niet, dan kunnen werkenden met terugwerkende kracht aanspraak maken op loon, vakantiegeld, pensioen en sociale zekerheden. De Belastingdienst, UWV en Arbeidsinspectie krijgen een duidelijker toetsingskader, wat handhaving eenvoudiger maakt. Het handhavingsmoratorium dat sinds 2016 van kracht was, is inmiddels opgeheven.

Lees ook: Hoge schadevergoedingen voor schijnzelfstandigen na rechtszaken

Meer zekerheden

Het kabinet verwacht dat de wet leidt  tot een afname van het aantal schijnzelfstandigen en een toename van het aantal arbeidsovereenkomsten. Dit moet zorgen voor meer zekerheid voor werkenden en een eerlijker speelveld voor werkgevers. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor echte zelfstandigen, mits zij daadwerkelijk voor eigen rekening en risico werken. De wet is onderdeel van een breder arbeidsmarktpakket, waarin ook maatregelen zijn opgenomen zoals het verbod op nulurencontracten, de invoering van bandbreedtecontracten en een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.

Evaluatie en communicatie

Vijf jaar na inwerkingtreding zal de wet worden geëvalueerd op effectiviteit en uitvoerbaarheid. In de aanloop naar 1 juli 2026 start de overheid een brede informatiecampagne, gericht op werkenden, werkgevers en intermediairs. Ook wordt gewerkt aan laagdrempelige geschilbeslechting, onder meer via de kantonrechter.

Kritiek en aanpassingen

Tijdens de internetconsultatie kwamen er ruim 1.400 reacties binnen. Veel respondenten onderschrijven het probleem van schijnzelfstandigheid, maar waarschuwen ook voor overregulering en het beperken van ondernemerschap. Vooral het criterium van ‘organisatorische inbedding’ werd als te vaag ervaren. Het kabinet heeft daarop enkele tekstuele aanpassingen gedaan en benadrukt dat het gaat om een weging van alle omstandigheden.

Ruimte voor echt ondernemerschap

Met het wetsvoorstel wil het kabinet een stevige stap zetten richting een eerlijker en transparanter arbeidsmarkt. Door het juridisch kader te verduidelijken en een rechtsvermoeden in te voeren, moeten kwetsbare werkenden meer bescherming krijgen en denkt het kabinet schijnzelfstandigheid  aan te pakken. Tegelijkertijd blijft er volgens het kabinet ruimte voor echt ondernemerschap. De komende jaren moet blijken of de wet in de praktijk het beoogde effect sorteert. En of er een balans komt tussen zekerheid en flexibiliteit.

Over Auteur

Ronald Bruins is hoofdredacteur van Flexmarkt.

Reageren is niet mogelijk.