Zzp-wetgeving in beweging: Van VAR tot VBAR en de impact op de toekomst

0

De regelgeving rond zzp’ers is al jaren onderwerp van discussie en herziening. Van de introductie van de VAR tot de veelbesproken Wet DBA: pogingen om schijnzelfstandigheid te bestrijden en duidelijkheid te scheppen over de arbeidsrelatie tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers liepen vaak spaak. Diverse kabinetten hebben geprobeerd grip te krijgen op situaties waarin zzp’ers eigenlijk in loondienst zouden moeten zijn. Recente rechtszaken – zoals die tegen Deliveroo, PostNL en Uber – benadrukken hoe vaak de relatie tussen zzp’er en opdrachtgever in de praktijk het karakter van een vast dienstverband aanneemt.

CMWeb heeft een heldere tijdlijn opgesteld waarin de ontwikkeling van de zzp-wetgeving tot en met de huidige stand van zaken overzichtelijk wordt weergegeven. Wij plaatsen deze tijdlijn graag door.

2005: De VAR wordt ingevoerd

In 2005 introduceert het kabinet-Balkenende II de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). Deze verklaring is bedoeld om duidelijkheid te geven over de werkrelatie tussen een zzp’er en zijn opdrachtgever. De zzp’er vraagt de VAR aan bij de Belastingdienst en op basis daarvan kunnen beide partijen bepalen of er sprake is van loondienst of zelfstandig werk en dus wie verantwoordelijk is voor het afdragen van belastingen en premies.

In de praktijk blijkt het systeem echter onbetrouwbaar. De Belastingdienst kan bij een controle alsnog tot een andere conclusie komen, wat voor opdrachtgevers grote risico’s met zich meebrengt. Daarnaast kunnen zzp’ers dankzij uitzonderingen binnen de VAR soms toch als zelfstandige werken, terwijl er eigenlijk sprake is van een vaste baan. In de jaren die volgen groeit de kritiek en ontstaat de roep om een beter systeem dat meer duidelijkheid en zekerheid biedt voor zowel zzp’er als opdrachtgever.

2016: Rutte II en de Wet DBA

Op 1 mei 2016 vervangt de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) de VAR. Met deze nieuwe wet moeten zzp’ers en opdrachtgevers vooraf een modelovereenkomst voorleggen aan de Belastingdienst, die dan beoordeelt of er sprake is van zelfstandig werk of een dienstverband. De wet is bedoeld om schijnzelfstandigheid tegen te gaan en stelt strengere eisen aan wat een echte zzp-constructie is. In de praktijk keurt de Belastingdienst veel van deze overeenkomsten af, wat tot onzekerheid leidt. Veel bedrijven durven daardoor geen zzp’ers meer in te huren uit angst voor naheffingen en boetes.

2016: Gevolgen van de Wet DBA: minder vrijheid voor zzp’ers

Na de invoering van de Wet DBA wordt snel duidelijk dat de wet in de praktijk voor problemen zorgt. Veel bedrijven kiezen ervoor om mensen via payrollconstructies in te huren. Zo hoeven ze zich geen zorgen te maken over de belastingregels, want de payrollorganisatie wordt dan de officiële werkgever. Voor zzp’ers betekent dit dat ze minder vrijheid hebben, terwijl ze ook niet profiteren van de zekerheid van een vast dienstverband.

Daarnaast durven bedrijven minder vaak freelancers in te schakelen uit angst voor financiële risico’s, zoals een naheffing van de Belastingdienst. Zzp-organisaties slaan al snel alarm: de wet leidt niet tot meer vaste banen, maar zorgt er juist voor dat zelfstandigen moeilijker aan opdrachten komen én hun ondernemersvrijheid verliezen.

2017: Kabinet Rutte III wil af van de Wet DBA

In 2017 besluit het nieuwe kabinet Rutte III dat de Wet DBA niet werkt zoals gehoopt. In het regeerakkoord spreken de coalitiepartijen af dat deze wet vervangen moet worden. Er wordt gewerkt aan een zogeheten webmodule, waarmee opdrachtgevers en zzp’ers vooraf duidelijkheid kunnen krijgen over de arbeidsrelatie. Maar de introductie van die module wordt keer op keer uitgesteld.

Ondertussen blijft de Wet DBA wel officieel bestaan, maar de Belastingdienst stelt de handhaving jaar na jaar uit: in 2016, 2017, 2018, 2020, 2021 en zelfs in 2022. Pas in 2025 wordt verwacht dat er écht gehandhaafd gaat worden.

In 2017 vragen Kamerleden zich af of het niet beter is om gewoon terug te gaan naar de oude VAR. Maar volgens demissionair minister Asscher is dat geen optie: het systeem van de VAR maakte het namelijk moeilijk om opdrachtgevers aan te pakken bij schijnzelfstandigheid. Daarom is besloten daar niet op terug te grijpen.

Lees ook: Stijging minimumuurloon per 1 juli 2025: wat betekent dit voor jou?

2018: Commissie Regulering

De arbeidsmarkt verandert, door verdere ontwikkelingen op techplatforms en de gig-economy uit de VS. Het is volgens het kabinet tijd om een commissie te laten kijken naar de toekomst van het arbeidsrecht. Waar zitten uitdagingen, knelpunten en welke ontwikkelingen zijn er in de arbeidsmarkt? Topambtenaar Hans Borstlap wordt aangesteld als voorzitter. Hij brengt in 2020 een rapport uit, waarin staat hoe de toekomst van de Nederlandse arbeidsmarkt geregeld moet worden.

2019: Rechter oordeelt: maaltijdbezorger is geen echte zzp’er

De discussie over wat nou écht zelfstandig ondernemerschap is, komt in een stroomversnelling door een reeks rechtszaken. Een bekend voorbeeld is de zaak tegen Deliveroo. In 2015 start het bedrijf in Nederland en in 2018 besluit het om geen bezorgers meer in loondienst te nemen. In plaats daarvan moeten ze als zzp’er aan de slag, compleet met inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een modelovereenkomst die hen als ondernemer neerzet.

Volgens Deliveroo zijn de bezorgers zelfstandig, omdat ze zelf hun werktijden kiezen en ook voor andere platforms kunnen werken. Maar vakbond FNV vindt dat de werkrelatie toch meer lijkt op een dienstverband. Bezorgers worden via een algoritme aan bestellingen gekoppeld, en wie meer werkt, krijgt ook meer betaald. Volgens FNV is er dus sprake van een gezagsverhouding.

De rechter geeft de vakbond in 2019 gelijk: de maaltijdbezorgers zijn geen echte zelfstandigen, maar werknemers. Ze zijn afhankelijk van het systeem van Deliveroo om opdrachten te krijgen en kunnen niet zomaar vrij ondernemen. Ook in hoger beroep (2021) blijft deze uitspraak overeind, en het gerechtshof benadrukt dat mensen in dit soort beroepen juist meer bescherming verdienen.

In 2023 bevestigt de Hoge Raad dit oordeel. Als iemand in de praktijk gewoon werkt als werknemer, met afspraken die passen bij een arbeidsovereenkomst, dan is het ook een arbeidsovereenkomst, ongeacht het label ‘zzp’er’. Oftewel: als iets eruitziet als een werknemer en zich zo gedraagt, dan is het waarschijnlijk ook gewoon een werknemer.

2020: Commissie Borstlap stelt duidelijke grenzen aan flexibilisering

In januari 2020 presenteert de commissie-Borstlap haar rapport over de toekomst van werk in Nederland. In 112 pagina’s wordt de conclusie getrokken dat de huidige regels rondom werk en arbeidsrelaties niet goed meer werken. Volgens de commissie hebben eerdere kabinetten de arbeidsmarkt juist oneerlijker gemaakt: mensen met de minste zekerheid dragen de zwaarste lasten.

Een belangrijke boodschap is dat de grenzen van flexibilisering zijn bereikt. De commissie vindt dat de meer dan een miljoen zzp’ers in Nederland dezelfde kansen moeten krijgen als mensen met een vast contract, bijvoorbeeld bij het krijgen van een hypotheek of huurwoning.

Daarom stelt de commissie een aantal grote veranderingen voor. Zo moeten de verschillen in belastingvoordeel tussen vaste en flexibele contracten kleiner worden. Er moet één sociaal vangnet komen, ongeacht of iemand in loondienst is of als zelfstandige werkt. Ook wil de commissie dat het makkelijker wordt om arbeid (tijdelijk) te verminderen, dat deeltijdontslag mogelijk wordt, en dat werkgevers nog maar één jaar loon hoeven door te betalen bij ziekte – in plaats van twee. Veel van deze adviezen worden later meegenomen in het coalitieakkoord van Rutte IV.

Lees ook: Minister Van Hijum ontraadt in brief verdere uitzonderingen van WTTA

2021: Webmodule blijkt geen duidelijk antwoord te geven

In 2021 gaat de langverwachte webmodule, die al sinds 2017 werd aangekondigd, eindelijk van start in de vorm van een pilot. Via een online vragenlijst kunnen opdrachtgevers checken of ze iemand als zzp’er mogen inhuren of dat er misschien sprake is van een dienstverband.

Maar al snel blijkt dat de module weinig duidelijkheid geeft. Slechts in minder dan een kwart van de gevallen komt er een officiële ‘opdrachtgeversverklaring’ uit: de bevestiging dat iemand als zelfstandige ingehuurd mag worden. Veel vaker is de uitkomst: geen oordeel mogelijk.

Uit de evaluatie blijkt dat 43 procent van de opdrachtgevers na het gebruik van de webmodule nog steeds niet zeker weet of ze iemand als zelfstandige mogen inzetten. Ook blijkt dat veel mensen afhaken: van de 22.000 die begonnen met de vragenlijst, maakten slechts 6.600 hem af. De webmodule biedt dus (nog) niet de helderheid waar bedrijven op hadden gehoopt.

2022: Nieuwe zzp-wet op komst

Ook het kabinet Rutte IV wil schijnzelfstandigheid aanpakken en de regels voor werk beter laten aansluiten op de huidige arbeidsmarkt. Eind 2022 kondigen minister Van Gennip (Sociale Zaken) en staatssecretaris Van Rij (Belastingdienst) aan dat er een nieuwe wet komt die de Wet DBA moet vervangen.

Deze nieuwe regels zijn deels gebaseerd op het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad. Er wordt gekeken naar wat tegenwoordig precies onder een gezagsrelatie valt, en het uurtarief dat een zzp’er rekent moet meewegen in de beoordeling of er sprake is van een echte zelfstandige of eigenlijk van een werknemer.

Toch is er ook meteen kritiek. Het Netwerk Zelfstandige Ondernemers (NZO) is bezorgd dat de nieuwe regels opnieuw weinig duidelijkheid geven. Ze vrezen dat, net als bij eerdere pogingen, de Belastingdienst alsnog veel ingediende opdrachtverklaringen gaat afkeuren, met alle gevolgen van dien voor zelfstandigen én opdrachtgevers.

2023: Nieuwe zzp-wet in de maak: invoering mogelijk in 2025

Het kabinet heeft een nieuw wetsvoorstel gepresenteerd: de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten. Deze wet is eind 2023 aangeboden voor consultatie en zou in 2024 door de Tweede Kamer behandeld worden. Het doel van de wet is om de verschillen tussen vaste en flexibele contracten kleiner te maken. Ook moeten zogeheten draaideurconstructies worden aangepakt en verdwijnen nuluren- en oproepcontracten.

Een belangrijk punt in de nieuwe wet is hoe gezag wordt beoordeeld. Waar eerder werd gekeken naar instructies en toezicht, is dat in de praktijk vaak lastig te bepalen – zeker met moderne technologie. Daarom stelt de nieuwe wet dat er sprake is van een dienstverband als iemand ‘organisatorisch is ingebed’ in het bedrijf. Met andere woorden: als je meedraait als onderdeel van het team, werk je waarschijnlijk niet als echte zelfstandige.

Na advies van de Raad van State zou de Tweede Kamer zich in 2024 over het voorstel buigen. De bedoeling was dat de wet op 1 januari 2025 in zou gaan. Maar door de val van het kabinet en de focus op nieuwe verkiezingen en de formatie is het nog onzeker of dat tijdspad gehaald wordt.

Lees ook: Groene Hart Service: “De focus houden is het belangrijkste”

2024: Wetsvoorstel VBAR voor verduidelijking arbeidsrelatie

De Wet DBA wordt verduidelijkt met het nieuwe wetsvoorstel Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelatie en Rechtsvermoeden (VBAR). In deze wet worden extra criteria toegevoegd om te bepalen of iemand als werknemer of zzp’er wordt gezien. Belangrijke punten zijn wie het risico draagt (de opdrachtnemer of de opdrachtgever) en de gezagsverhouding, een onderwerp dat eerder al veel discussie opleverde, zoals bij de zaak van Deliveroo. Ook komt er een ‘rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst’, gebaseerd op een minimumuurloon.

De consultatie van het wetsvoorstel zorgt voor veel reacties. Vooral het nieuwe criterium van organisatorische inbedding roept veel weerstand op. Deskundigen waarschuwen dat deze aanpak mogelijk hetzelfde probleem kan veroorzaken als de Wet DBA: gebrek aan duidelijkheid. In een Kamerbrief uit februari 2024 schrijft toenmalig minister Van Gennip dat de publicatie van de wet in het eerste kwartaal van 2025 niet realistisch meer is, door de vele bezwaren en vertragingen in het proces.

2025: Hervatting handhaving en wijziging VBAR

Vanaf 1 januari 2025 heeft de Belastingdienst de handhaving van de arbeidsrelaties weer opgepakt. Dit eerste jaar worden er nog geen boetes opgelegd. In plaats daarvan richt de fiscus zich op naheffingen en correcties, maar die worden alleen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 toegepast. Als er echter sprake is van opzet of kwaadwillendheid, wordt er wel eerder gecorrigeerd.

Vanaf 1 januari 2026 zullen boetes en loonheffingen worden opgelegd vanaf 2025, als blijkt dat er toch sprake had moeten zijn van een arbeidsovereenkomst. Pas vanaf 2030 is de volledige handhaving met terugwerkende kracht weer van kracht.

Daarnaast is het wetsvoorstel VBAR aangepast na een uitspraak van de Hoge Raad in de Uber-zaak. De rechtbank stelde dat extern ondernemerschap een belangrijke rol speelt in de beoordeling of iemand als zzp’er kan worden beschouwd. In de gewijzigde wetgeving kijkt de Belastingdienst dus ook naar het ondernemersgedrag van iemand, zoals het uitvoeren van btw-aangiftes of het actief zoeken naar nieuwe opdrachten. Als de andere criteria geen duidelijke uitslag geven, kan extern ondernemerschap de doorslag geven.

Conclusie: Hoewel de handhaving in 2025 voorzichtig begint, is het duidelijk dat de regels rondom de arbeidsrelatie de komende jaren steeds strikter zullen worden, met meer nadruk op ondernemerschap bij de beoordeling van zzp’ers. Bedrijven en zelfstandigen doen er goed aan om zich goed voor te bereiden op de komende veranderingen.

Bron: CMWEB

Lees ook: WTTA: verplichte BRP-registratie, 
uitzonderingen voor leerwerkbedrijven, sociale werkplaatsen en beveiligers

Over Auteur

Redacteur Flexmarkt

Reageren is niet mogelijk.