De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de volgende arbeidsrelatie, waarbij de werkende jarenlang gefactureerd heeft als zzp’er maar na een geschil met zijn opdrachtgever een arbeidsovereenkomst claimt. Marco Zimmerman, specialist loonheffingen bij Forvis Mazars, schrijft erover op LinkedIn.
Het bedrijf waar de hashtag zzp’er werkte heeft volgens Zimmerman als bedrijfsactiviteit het leveren van natuurstenen, keramische en composiet aanrecht- en werkbladen. “De werkzaamheden van de zzp’er bij het bedrijf bestaan uit het afwerken en polijsten van de aanrechtbladen. Hij deed dat in de fabriekshal van het bedrijf en had daar een eigen werkplek. Hij kon dit alleen doen gedurende de openingstijden van de fabriekshal. Tevens gebruikte hij de machines en gereedschappen van het bedrijf. Hij dronk zijn koffie samen met de werknemers en hij droeg ook kleding van het bedrijf.”
Lees ook: Handhaving op schijnzelfstandigheid treft 25.000 zzp'ers
Afkoelingsperiode ingelast
De zzp’er stond als eenmanszaak ingeschreven in de Kamer van Koophandel en hij had een eigen bedrijfsauto zonder bedrijfslogo. Zimmerman: “Hij factureerde 40 euro per uur waarbij de btw werd verlegd. Gemiddeld factureerde hij voor 27 uur per week. Er vond een incident plaats op het werk en na een aantal gesprekken was een afkoelingsperiode ingelast door het bedrijf, hoefde de zzp’er drie weken niet te komen werken en mocht hij wel voor die drie weken een factuur sturen. De rechter oordeelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. En geeft in zijn uitspraak aan dat de relatie getoetst moet worden aan de criteria uit het hashtag Deliveroo-arrest.”
Waarom sprake van arbeidsovereenkomst?
Waarom was er sprake van een arbeidsovereenkomst? Zimmerman: “Hij was al sinds 2010 werkzaam bij het bedrijf. Vanaf 2014 was dat vier dagen per week. Zijn werkzaamheden zijn een belangrijk onderdeel van de bedrijfsactiviteiten. Hij zelf is als persoon ook ingebed. De werkzaamheden vinden plaats in de fabriekshal, waar hij een eigen plek heeft. Hij is gebonden aan de openingstijden van de fabriek. Hij maakte gebruik van de machines en gereedschappen van het bedrijf. Hij draagt kleding van het bedrijf, ook al zou dat niet verplicht zijn. Hij verwerft zelf geen (relevante) opdrachten van derden.” Niet doorslaggevend in deze casus was volgens Zimmerman: “Dat hij facturen stuurde. Dat hij de vrijheid had om zich te laten vervangen, waar feitelijk niet is van gebleken. Hij zich zich niet gedragen heeft als ondernemer in het economische verkeer. Zijn inschrijving in de KvK. De fiscale behandeling die mogelijk ook onjuist is geweest.”
Lees ook: Loondienst of zzp? Praktische handvatten voor uitzenders per sector
Op staande voet ontslagen?
De procedure ging volgens de specialist loonheffingen ook over de vraag of de werkende op staande voet ontslagen is. “En of dat aanspraak geeft op de verzochte vergoedingen. Daar was de rechter nog niet van overtuigd en houdt de beslissing nog aan. De werkende heeft daarin de bewijslast.” Zimmerman komt tot een slotconclusie: “Weer een illustratieve casus waarbij de lagere rechter de criteria van de Deliveroo uitspraak langsloopt en waarbij het ook een kwestie is van goed procederen. Of deze casus nog een fiscaal staartje krijgt voor de ‘werknemer’ vertelt dit verhaal niet.”