Advocaat Van Ladesteijn: “Vast minder vast verdient evenveel aandacht als flex minder flex”

0

Het handhavingsmoratorium is vanaf 1 januari 2025 komen te vervallen, maar er is nog flink wat werk aan de winkel om de (flexibele) arbeidsmarkt vooruit te helpen. Dat stelt Joost van Ladesteijn, advocaat arbeidsrecht en partner bij Vertex Legal, op de website van Headfirst Group

De arbeidsovereenkomst is volgens hem overgereguleerd geraakt en daarom onaantrekkelijk geworden. Van Ladesteijn: “Het is een vehikel geworden om allerlei overheidsdoelstellingen te realiseren. Er is niet enkel sprake van ‘verschrikkelijk flex’, maar ook van ‘verschrikkelijk vast’. Barentsen en Sagel zeggen het beeldend in de Kroniek sociaal recht: ‘Hoe vol kan de kerstboom van de arbeidsovereenkomst worden gehangen met beschermingsballen voordat de takken ervan gaan kraken?’ ‘Vast minder vast’ verdient daarom evenveel aandacht als ‘flex minder flex’, anders blijft enige voorgestelde oplossing symptoombestrijding.”

8 misverstanden over de handhaving op schijnzelfstandigheid

Kritisch op wetsvoorstel VBAR

Hij toont zich in het interview kritisch op het wetsvoorstel VBAR. “Wanneer in 95 procent van de gevallen het nu duidelijk zou zijn wat de uitkomst is van een beoordeling of een overeenkomst als een arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, is het best-case-effect van de VBAR non-significant. Beter dan het splitsen van de VBAR is het splitsen van de civiele en fiscale arbeidsovereenkomst. Inspecteurs kunnen dan werken met wet- en regelgeving waarin zij bij uitstek sinds jaar en dag deskundig zijn. Je merkt nu ongemak bij inspecteurs met een arbeidsrechtelijke toets. Artikel 7:610 lid 1 BW, dat de definitie bevat van de arbeidsovereenkomst, kan dan ongewijzigd blijven. De rechtspraktijk kan hiermee prima uit de voeten. Dat mag inmiddels klip-en-klaar volgen uit de rechtspraak.”

Over Auteur

Ronald Bruins is hoofdredacteur van Flexmarkt.

Reageren is niet mogelijk.