Wies van ’t Slot (365Werk): “Flex is duurder én complexer geworden”

0

In het najaar van 2025 sprak Flexmarkt met Wies van ’t Slot, oprichter en directeur van 365Werk, over de enorme administratieve impact van de nieuwe uitzend-cao. Toen zei ze: “Ik ben benieuwd naar de eerste loonstroken van 2026.” Inmiddels zijn die binnen en is het dus tijd voor een vervolg. Zijn uitzendkrachten erop vooruitgegaan? Wat merken opdrachtgevers? En hoe staat het met de aankomende WTTA?

Hoe heb je de jaarovergang ervaren, nu bijna alles is ingericht?

“Het stof is nog net niet neergedaald. We zijn door de jaarovergang heen, maar nog bezig met controles en een paar laatste opdrachtgeverdossiers. Dat soort trajecten lopen altijd door; zeker bij grotere opdrachtgevers. We zijn enorm veel handmatig werk tegengekomen en door alle nieuwe elementen in een heel kort tijdsbestek aan te passen, kwam er veel controlewerk achteraan.”

Was de administratieve last inderdaad zo groot als je eerder verwachtte?

“Ja, en eigenlijk nog groter. Ik wist dat we alles opnieuw moesten uitvragen: van extra’s in de cao tot boven‑cao‑afspraken. Maar ik heb vooral het effect van de ‘grondslagen’ onderschat: wáár bereken je mee, en wáárover? Dat moest per opdrachtgever opnieuw worden ingericht. Dus niet alleen de elementen zijn anders, maar ook de grondslag waar iets op berekend wordt. Verloningspakketten hadden moeite met die flexibiliteit, waardoor updates laat kwamen en wij weer moesten puzzelen.”

Hebben jullie voor gelijkwaardige of volledige gelijkstelling gekozen?

“We hebben uiteindelijk alles gelijk uitgevoerd zoals het bij de opdrachtgever geldt. Dus niet een gelduitkering in plaats van een fiets van de zaak, laat ik maar zeggen. We wilden niet in discussies belanden of onduidelijkheden creëren. Als er twijfel was, rondde ik liever naar boven af. Dat voelt veiliger en voorkomt discussie of een grijs gebied.”

Ziekteregelingen bleken ook een lastige component. Waarom?

“Omdat sommige cao’s dingen vaag verwoorden. Bijvoorbeeld: geldt een toeslag wel of niet mee in de grondslag voor ziektegeld? Soms moesten we bijna taalkundige analyses doen. En het wordt al snel foutgevoelig, omdat het maatwerk per opdrachtgever én per cao is.”

Lees ook: Van Loon (Werken in de Kempen) over cao, kosten en WTTA: “De wereld eindigt niet”

 

Pensioencompensatie was volgens andere bureaus een groot onderdeel van de wijzigingen. Hoe zie jij dat?

“Voor de kosten zeker. Voor de administratieve last iets minder. Het lastige was wel dat er twee methodes bestaan in de uitzend-cao om pensioencompensatie te berekenen. Maar niet elk softwarepakket kan beide verwerken. Dan moet je handmatig gaan rekenen en dat wil je echt niet. Daarmee vergroot je de kans op fouten. Voor opdrachtgevers pakte de ene methode gunstiger uit dan de andere en dat voelt raar. En voor controleurs wordt dit een enorme puzzel. Kortom, dit is een weeffout in de cao.”

Hoeveel cao’s moesten jullie doorlichten?

“Ongeveer 55. Wij zijn geen Randstad, maar met 130 miljoen omzet ook geen kleine speler. Zelfs met deze schaal was het een enorme klus.”

Waar zit het laatste restwerk nu nog in?

“In controles. Het checken van grondslagen, de uitkomsten van onregelmatigheidsuren, en handmatige invoerfoutjes. Daarnaast moeten we systemen zo inrichten dat zaken als zorgvergoedingen en eindejaarsuitkeringen automatisch volgen. Dat stond vorig jaar niet in onze processen, dus die automatisering bouwen we nu in.”

“Eerlijkheid en voordeel zijn twee verschillende dingen.”

Dan de hamvraag: zijn uitzendkrachten beter af na de overgang? 

“In pensioen wel: de stijging van de pensioenpremies en het feit dat sommige werknemers nu überhaupt pensioencompensatie krijgen, is winst.

Maar bij de vakantiedagen en vakantiegeld gaan de meesten achteruit. Daarom zitten veel mensen in overgangsregelingen. Want vakantiedagen en vakantiegeld zijn de twee grootste reserveringen en juist díe dalen in de meeste cao’s.”

Is dat alsnog eerlijker, zoals de cao beoogt?

“Tja, we streven gelijke behandeling na met vast personeel, en beleidsmatig is dat eerlijker. Maar dat betekent niet dat mensen erop vooruitgaan ten opzichte van wat ze hadden. Eerlijkheid en voordeel zijn twee verschillende dingen. En de hele overgang kost opdrachtgevers en bureaus ontzettend veel.”

Hoe reageren opdrachtgevers op de kostenstijgingen?

“Wisselend. Grote organisaties, waar flex strategisch onderdeel is van het HR‑beleid, blijven uitzenden. Ze kunnen en willen niet zonder flexibele schil. Maar kleinere bedrijven — vooral in de horeca — stoppen er soms helemaal mee. Daar is flex geen strategische keuze maar een praktische aanvulling. Dan zegt een ondernemer: ‘Nu is het genoeg, ik neem die persoon in eigen dienst.’ Wij zijn een klein aantal opdrachtgevers kwijtgeraakt om die reden.”

Zie je de uitzenduren dalen als gevolg van de hogere prijzen?

“Tot nu toe leek dat mee te vallen, maar ik denk dat het effect vertraagd zichtbaar wordt. De lonen stijgen zó hard dat de omzet misschien nog wel groeit, maar de uitzenduren dalen. Wij merken dat nu vooral in de horecabranche, omdat ondernemers daar zelf de portemonnee beheren en dus stappen zetten naast vast personeel.”

Dan de overnamemarkt: er is veel aanbod. Hoe kijk jij daarnaar?

“Onder de 15 miljoen omzet gaat 90 procent van de overname van uitzendbureaus via de achterdeur. Berichten daarover zie je niet in de media. Maar ik merk dat bedrijven die al jaren op hetzelfde niveau draaien en niet klaar zijn voor nieuwe wet- en regelgeving, minder interessant zijn. Hoe vluchtig is die omzet dan? En hoe groot is het risico dat ze de WTTA straks niet halen? De verkoopprijzen van uitzendbureaus die worden aangeboden, gaan niet omhoog. Hoe dichter bij de WTTA, hoe lager de prijs als een bureau zijn zaken niet op orde heeft.”

Lees ook: Nick Bos (Nedflex) over cao: “Het was een kwestie van goed uitleggen wat er aankwam 
en snel handelen”

Zijn jullie zelf klaar voor de WTTA?

“Ja. We zitten in een pilot met Qualitatis om te onderzoeken hoe controles meer geautomatiseerd kunnen. Als je al NEN‑ en SNA‑gecertificeerd bent, is de stap naar de WTTA niet heel groot. We laten in april een pre-scan doen, maar ik voorzie vooralsnog geen problemen. Ik hoop dat juist dat de cowboys er niet doorheen komen door het gelijke speelveld van de WTTA.”

Krijgt de sector voldoende tijd? 1 januari lijkt dichtbij.

“De certificerende instanties zijn druk, zeker. Maar Nederland kennende komt er vast een overgangsjaar of gedoogconstructie. Daarna moet iedereen het écht op orde hebben. De handhaving start pas in 2028. Dat gaan wij in ieder geval halen.”

Dus samengevat: flex wordt duurder, de administratieve last is enorm en de uitzendkracht gaat deels vooruit en deels achteruit?

“Precies. Pensioen gaat omhoog, maar vakantiedagen en vakantiegeld vaak omlaag. En ja: flex wordt duurder én complexer. Voor sommige opdrachtgevers is dat aanleiding om te stoppen met uitzenden. Maar de organisaties voor wie flex een strategische keuze is blijven, want zij hebben flex gewoon keihard nodig.”

Lees ook: SNCU haalde in 2025 meer geld op voor benadeelde uitzendkrachten

Over Auteur

Ronald Bruins is hoofdredacteur van Flexmarkt.

Reageren is niet mogelijk.