Het aantal Bulgaren en Roemenen dat een werkvergunning heeft gekregen, is in de eerste zes maanden van dit jaar met een kwart afgenomen. Ondertussen zijn Poolse werknemers juist gewild.
In de eerste helft van 2010 kregen 1883 Roemenen een werkvergunning. In de eerste helft van 2009 waren dat er nog 2412. Dit blijkt uit cijfers die UWV Werkbedrijf maandag heeft gepubliceerd. Het aantal Bulgaren dat in dezelfde periode een werkvergunning kreeg, liep terug van 624 tot 553.
De Volkskrant signaleerde vorige week juist een stijging van het aantal Poolse werknemers. Sommige uitzendbureaus zagen zelfs een groei van 30 procent ten opzichte van vorig jaar. Remco Icke van belangenvereniging ABU noemt de vroeg-cyclische bedrijven als groeisector: chipsmakers, vleesproducenten en distributiecentra. Deze sectoren werden het eerst geraakt door de crisis, maar richten zich nu als eerste ook weer op. Nederlanders, aldus Icke, willen toch "geen vieze handen" maken. Dus neemt de vraag naar buitenlandse arbeidskrachten toe.
En dan vooral de hardwerkende Polen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek zag het aantal Polen in Nederland sinds het voorjaar toenemen. Roemenen en Bulgaren zijn, blijkt uit de cijfers over de werkvergunningen van het UWV, minder populair. Het aantal Roemenen en Bulgaren in Nederland is te traceren aan de hand van werkvergunningen. Roemenië en Bulgarije zijn de enige EU-landen waarvoor het vrije verkeer van werknemers niet geldt. Een werkgever moet een vergunning aanvragen wanneer hij een werknemer uit die landen in dienst wil nemen. Hij krijgt die alleen wanneer hij kan aantonen dat hij eerst werknemers heeft gezocht voor wie geen werkvergunning nodig is.
Roemenen en Bulgaren worden vooral ingezet voor tijdelijk werk in de land- en tuinbouw. Het aantal afgegeven werkvergunningen daalde omdat werkgevers makkelijker zelf ander personeel vonden, aldus UWV. Dat kwam onder meer doordat zij gebruik konden maken van een nieuwe onlinedatabank met sollicitanten uit de EU voor seizoenswerk in de agrarische sector.