Waarom de flexbranche zo interessant is voor private equity

0

Nederlandse markten zijn de afgelopen jaren in trek bij private-equity-investeerders (PE). Onlangs nog nam CVC Capital Partners een meerderheidsbelang in House of Talents. Wat ziet PE in de flexmarkt en blijft die interesse de komende jaren?

Door Jurgen van Dijk, Stepstone Corporate Finance+

Hoewel flexbedrijven historisch gezien vaak werden vermeden door investeerders, is de sector in de afgelopen jaren een interessant doelwit geworden. Zo vormde de overname van Eiffel door TowerBrook, een Amerikaanse PE, in 2023 veruit de grootste deal in de branche. Het gros van de interesse is echter gericht op middelgrote deals, met als uitgangspunt de consolidatie van kleinere, gespecialiseerde spelers. Vanwege deze trends is het voor de flexondernemer goed om inzicht te krijgen in het perspectief van de gemiddelde PE-investeerder.

De doelen van private equity

In Europa is Nederland, op het Verenigd Koninkrijk na, het meest aantrekkelijke land voor PE-investeringen. Een groeiende groep van zo’n 175 investeringsmaatschappijen haalt geld op bij grote institutionele beleggers, maar ook bij vermogende particulieren en (voormalig) ondernemers. Dit geld wordt vervolgens gebruikt om te investeren in een portfolio van kansrijke bedrijven. Het idee is dat de PE-kapitaalinjectie bedrijven de mogelijkheid geeft om groter en winstgevender te worden en zodoende een mooi rendement te genereren.

Lees ook: De Top 10 transacties in de flexbranche in 2023

Private investeerders zijn vaak hands-on en fungeren naast vermogensverstrekker ook als serieuze sparringpartner. De meeste PE’s hebben een voorkeur voor een meerderheidsbelang. Daarbij is er bijna altijd de wens dat het zittende managementteam aanblijft. Als PE eenmaal aandeelhouder is, probeert die de waarde van de onderneming te maximaliseren. De winst wordt geherinvesteerd met als doel optimalisatie van bedrijfsprocessen en groei, zowel autonoom als door middel van overnames (de buy-and-build). In die periode wordt er geen dividend uitgekeerd. Aangezien de investeerders achter de PE hun investering wel willen terugverdienen, blijft een PE aandeelhouder voor een beperkt aantal jaren. Gemiddeld gezien verkoopt een PE haar belang na 4 tot 6 jaar. Dat wordt ook wel de ‘exit’ genoemd.

Rente drijvende kracht

De opmars van PE-investeerders in de afgelopen jaren heeft veelal te maken met het feit dat de rentestand voorheen relatief laag was. Omdat traditionele beleggingen minder opleverden, is het grote geld op zoek gegaan naar alternatieve manieren om rendement te generen. Daarnaast financieren PE-partijen vaak een significant deel van de koopsom met schuld, die relatief goedkoop aangetrokken kon worden. Tegelijkertijd zijn banken steeds kritischer geworden als het gaat om mkb-financieringen. PE’s hebben de afgelopen jaren succesvol kunnen inspelen op deze ontwikkelingen.

Nederlandse flexmarkt aantrekkelijk

De afhankelijkheid van schuld maakt dat private equity van origine het liefst investeert in ‘volwassen’ sectoren als industrie en gezondheid. Maar sinds enkele jaren hebben private-equity-investeerders ondervonden dat er veel rendement valt te behalen in de zakelijke dienstverlening, waaronder ook en vooral de flexmarkt. De markt, die de afgelopen jaren heeft bewezen minder conjunctuurgevoelig te zijn dan eerst gedacht, heeft relatief hoge marges laten zien. Dit geldt voornamelijk voor een groot aantal kleinere gespecialiseerde spelers, waar private equity relatief veel groei kan aanjagen met een beperkte kapitaalinjectie.

Buy-and-build

Vandaag de dag is het moeilijk om een grote speler te benoemen die geen PE achter zich heeft staan. Een investeerder die zich wil wagen aan de flexmarkt, zoekt namelijk eerst een zogeheten ‘platforminvestering’. Dat zijn vaak middelgrote tot grote bedrijven met een gevestigde naam in de markt. Het aangeleverde kapitaal wordt gebruikt voor investeringen in de bedrijfsvoering en om groei te versnellen door middel van overnames: de buy-and-build. Daarachter kunnen verschillende motivaties liggen. Zo kan de strategische overname van een kleinere partij simpelweg een manier zijn om het eigen marktaandeel te vergroten. Anderzijds kan het zijn dat de overname waardevolle expertise met zich meebrengt, waardoor de onderneming haar diensten kan uitbreiden.

StepstoneKlik hier voor de pdf

Meer dan de som der delen

De buy-and-build-strategie is ook populair bij PE’s vanwege de mogelijkheid tot ‘multiple arbitrage’. De ‘multiple’ refereert hier aan het veelvoud van de operationele winst die wordt betaald bij de overname van een onderneming. Als alle andere factoren gelijk zijn, willen kopers over het algemeen een hogere multiple betalen voor grotere bedrijven.

Add-ons

Met het overnemen van kleinere partijen, de zogeheten add-ons, kunnen platformen hun dienstverlening uitbreiden of verdiepen. Zo heeft Logistics Force, het platform van PE Fields Group, zijn service portfolio in de transport en logistiek uitgebreid met de integratie van VIA Logistics Professionals in april. De add-ons profiteren op hun beurt van de professionaliteit en stabiliteit die gepaard gaan met deelname aan een groter netwerk. Daarnaast geeft het de ondernemers van de add-ons de mogelijkheid om via een ‘pre-exit’ geleidelijk hun belang in de onderneming over te dragen. In zo’n scenario verkoopt de aandeelhouder in eerste instantie alleen een deel van de aandelen, met de afspraak na enkele jaren het resterende gedeelte te verkopen. Op deze manier kan de PE profiteren van de expertise van de ondernemer, terwijl de ondernemer meeprofiteert van de waardecreatie.

Waar kijkt een investeerder naar?

Bestaande fondsen hebben momenteel nog genoeg ‘dry powder’ om investeringen te doen, maar je ziet ook dat de fundraising van nieuwe fondsen stroever loopt dan voorheen. De boom van de afgelopen jaren wekt de verwachting dat er op termijn minder PE-geld beschikbaar zal zijn. Als gevolg daarvan zal het aantal nieuwe platforminvesteringen waarschijnlijk afnemen, vergeleken met afgelopen jaren. Dit komt omdat investeerders hun risico willen spreiden en daarom veelal inzetten op één platforminvestering in de flexmarkt per fonds, met enige uitzonderingen. Dat betekent dat men vooral op zoek is naar add-ons.

Kwaliteit management geeft de doorslag

Er zijn een aantal factoren die een add-on aantrekkelijk maken voor PE’s. Investeerders zijn vooral op zoek naar toekomstbestendige ondernemingen met concrete groeiplannen. Daarbij is de kwaliteit van het management doorslaggevend. Ervaring met fusies en overnames en een duidelijk beeld van de poten-tiële overnametargets worden gezien als een pre. Vrijwel elke PE heeft een sterke voorkeur voor de participatie van het zittende management en geeft hun dan ook vaak de mogelijkheid om bij de verkoop van het bedrijf tegen gunstige voorwaarden te herinvesteren (envy).

Deze herinvestering is vaak niet alleen op het niveau van de add-on, maar ook op het niveau van de algemene holding. Hoewel de add-on-ondernemer wellicht een stuk minder autonoom is als gevolg van de verkoop, profiteert hij dus wel mee van de groei van gehele platform en de hogere exit multiple. Wat een add-on verder aantrekkelijk maakt, is een duidelijke focus. Men vindt het generieke uitzenden allang niet meer interessant. Ook wordt gekeken naar de mate waarin het bedrijf kandidaten aan zich kan binden, bijvoorbeeld door het aanbieden van trainingen en opleidingen. Hoe langer mensen blijven, hoe stabieler en voorspelbaarder de inkomsten. Het verlaagde risico maakt ruimte voor groeiplannen en maakt dat investeerders bereid zijn meer te betalen.

Dit artikel is gesponsord door Stepstone Corporate Finance+. De auteur, Jurgen van Dijk. is partner en flexspecialist bij StepstoneCorporate Finance+

 

Over Auteur

Reageer