Uitleg onderlinge afspraak over referteperiode bij min-maxcontract middels Haviltex-criterium

0

Een werkneemster met een min-maxcontract en haar werkgever spreken een referteperiode van 14 maanden af die wordt gebruikt om de ontslagvergoeding te berekenen.

Ze vergeten daarbij vast te stellen welke 14 maanden. De afspraak wordt door de rechter uitgelegd volgens het Haviltex-criterium.

De situatie

Een werkneemster is sinds 1995 bij Yves Rocher in dienst op basis van een ‘min-maxcontract’. Bij een reorganisatie vervallen er 118 banen en wordt er een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen. De werkneemster wordt door sluiting van haar afdeling boventallig en heeft op grond van het sociaal plan recht op een ontslagvergoeding. De hoogte van deze vergoeding wordt onder meer vastgesteld op basis van het laatstgenoten bruto maandsalaris, dat in het sociaal plan wordt gedefinieerd als ‘het overeengekomen maandinkomen’. Begin augustus spreken de werkgever en de werkneemster af dat, vanwege het wisselende maandinkomen van de werkneemster, de ontslagvergoeding wordt berekend op basis van het gemiddelde maandsalaris over veertien maanden. Als de arbeidsovereenkomst op 1 januari 2007 eindigt betaalt Yves Rocher een ontslagvergoeding uit van € 20.485,30, gebaseerd op het gemiddelde loon over de 14 maanden van juni 2005 tot en met juli 2006.

De vordering

De werkneemster vindt dat Yves Rocher de ontslagvergoeding had moeten baseren op het gemiddelde maandsalaris van oktober 2005 tot en met november 2006. In de laatste vijf maanden was het personeelsbestand al aardig ingekrompen en heeft de werkneemster veel meer uren gewerkt dan normaal. Zij vordert bij de kantonrechter de nog onbetaald gebleven ontslagvergoeding van
€ 5.684,18.

Het verweer

Yves Rocher is van mening dat de laatste vijf maanden van haar dienstverband, niet in de referteperiode van 14 maanden waren inbegrepen. De arbeidsomvang in die periode levert een sterk vertekend beeld.

Het oordeel

De kantonrechter wijst de vordering van de werkneemster af. Bij het opstellen van het sociaal plan is blijkbaar geen rekening gehouden met werknemers met een wisselend arbeidspatroon. Daarom hebben de partijen een afspraak gemaakt over de referteperiode. Die afspraak moet worden uitgelegd aan de hand van het ‘Haviltex criterium’. Dat wil zeggen dat er gekeken wordt naar welke betekenis de partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen, en wat zij van elkaar konden verwachten (HR 13 maart 1981 NJ 1981, 635).

De kantonrechter vindt het van doorslaggevende betekenis dat de partijen een afspraak hebben willen maken die gezien het arbeidsverleden recht zou doen aan de situatie van de werkneemster. De werkneemster mocht er niet op vertrouwen dat ook de laatste vijf maanden zouden meetellen bij de berekening van de ontslagvergoeding. Deze periode van het dienstverband was uitzonderlijk en gaf geen representatief beeld van de arbeidsomvang.

Bron:
LJN BN0788, Kantonrechter Utrecht
Referteperiode
Eerste aanleg, 14 juli 2010

Door mr. Ingrid Kooijman
 

Delen...Share on LinkedIn0Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Email this to someone

Over Auteur

redactieflexmarkt

De redactie van Flexmarkt zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van inspirerende en vooral betrouwbare vakinformatie over gerelateerde onderwerpen op gebied van flexwerkers, ondernemen, payroll en de uitzendbranche.

Reageer