Een kwart van de Nederlanders houdt aan het einde van de maand niets over om te sparen voor hun eigen pensioen. Vooral werknemers zonder bedrijfspensioen en zzp’ers hebben vaak een achterstand in pensioenopbouw.
Dit blijkt uit onderzoek van pensioenbank Brand New Day.
Pensioen3daagse
Op 12, 13, 14 november is het de Pensioen3daagse, een initiatief van Wijzer in geldzaken om het pensioenbewustzijn te vergroten. Brand New Day vraagt nu ook aandacht voor pensioenarmoede in Nederland. Directeur Joost Tieland: “Het is tijd dat we deze pensioenarmoede in Nederland aanpakken. Mensen die weinig of niets opbouwen stevenen af op een karig pensioen, met mogelijk ingrijpende gevolgen.”
Te weinig pensioen
Veel Nederlanders bouwen te weinig pensioen op. Van de Nederlandse beroepsbevolking geeft 16 procent aan dat ze onvoldoende pensioen opbouwen en 45 procent maakt zich zorgen over de financiën op hun oude dag. Vooral werknemers zonder bedrijfspensioen en zzp’ers vallen in deze groep. Van de werknemers zonder bedrijfspensioen geeft 30 procent aan onvoldoende op te bouwen, onder de zzp’ers is dit 28 procent. Tieland: “Een belangrijke constatering hier is wel dat dit mensen betreft die weten dat ze onvoldoende opbouwen. Er zijn ook Nederlanders die zich niet bewust zijn dat ze achterlopen. De scheefgroei in pensioenopbouw is daarmee waarschijnlijk nog ernstiger dan uit deze percentages naar voren komt.”
Geen geld over
Niet iedereen die achterloopt op het pensioen is in staat om dit zelf aan te vullen. Uit het onderzoek blijkt dat een kwart van de Nederlanders niet de financiële middelen heeft om zelf te sparen. Er geeft zelfs 18 procent aan dat ze in de afgelopen zes maanden nog maar net rondkwamen. Er was zelfs 7 procent die aangaf dat ze de spaarrekening moesten inzetten om bij te dragen. Een groot deel heeft te weinig buffer om ‘extra’ in te zetten voor bijvoorbeeld pensioen. Wat hebben zij vrij te besteden op spaar- en beleggingsrekeningen? Eén op de vijf ondervraagden komt uit tussen de 0 en 5000 euro.
Pensioenarmoede zal in eerste instantie een probleem zijn bij de kwart van de Nederlanders die niets kunnen sparen. Tieland: “Dat zijn voor een deel mensen die geen betaalde baan hebben, en voor pensioen bijvoorbeeld op de partner vertrouwen. Ook ZZP’ers met een laag inkomen en werknemers zonder bedrijfspensioen hebben een pensioenachterstand.”
Sparen is een last
Van de ondervraagden die wel sparen voor later, wordt door een groot deel pensioen genoemd als een spaar- of beleggingsdoel. Daarnaast zijn het opbouwen van een financiële buffer en het aflossen van een hypotheek hoge prioriteiten. Hoeveel zetten de spaarders dan opzij? Maar liefst 24 procent zet minder dan 10 procent van hun inkomen opzij, 26 procent legt 10 tot 20 procent in en 15 procent spaart 20 tot 30 procent van hun inkomen.
Werk zonder pensioenopbouw
Een van de belangrijkste groepen die geen of weinig pensioen opbouwen, is de groep werknemers die bij werkgevers in dienst zijn zonder pensioenregeling. Van deze groep bouwt 30 procent te weinig pensioen op. Hiervan maakt 57 procent zich zorgen over later. Bij Brand New Day zien ze hierin een rol voor de werkgever. “Maak alle werkgevers verplicht om een pensioenregeling op te zetten voor hun werknemers, in de tweede pijler van collectief pensioen of kleinschaliger in de derde pijler van individueel pensioen”, aldus Tieland. Uit eerder onderzoek blijkt dat werknemers van hun werkgever ook verwachten dat ze een leidende rol nemen bij het pensioen. Volgens Tieland hoeft een werkgever niet de gehele pensioenpremie te betalen, je kunt ook een bijdrage vragen van de werknemer zoals in bestaande pensioenregelingen gebruikelijk is.
Zzp: minder spaargeld, eerder willen stoppen
Onder de zzp’ers speelt pensioenopbouw als belangrijk onderwerp. Ongeveer 13 procent, lager dan het landelijke gemiddelde, heeft in de laatste zes maanden geen geld overgehouden om te sparen. Daarbovenop heeft zelfs 9 procent van de zzp’ers hun spaargeld moeten aanraken om rekeningen te betalen. Wat opvalt? Ongeveer 32 procent van de zzp’ers is nog niet begonnen aan het opbouwen van pensioen, ondanks dat 35 procent voor hun zestigste wil stoppen met werken.
Voorlichting en inzicht
Hoe kan je mensen helpen inzichten te krijgen over pensioen? Tieland: “Bij de pensioenachterblijvers – werknemers zonder bedrijfspensioen en ZZP’ers – moet je onderscheid maken tussen zij die een pensioenstorting kunnen betalen, en zij die dat niet kunnen. De eerste groep is wellicht geholpen met meer voorlichting en inzicht in hun persoonlijke pensioensituatie. Het aftrekbaar maken van financieel advies eens in de vijf jaar zou een goede concrete stap zijn: een soort pensioen-APK. Voor de tweede groep moet je meer doen.”
Voor de tweede groep, de laagste inkomens, geldt dat ze waarschijnlijk dankzij de AOW-uitkering na pensionering geen inkomensval zullen meemaken. Ook al ziet Tieland: dat geldt niet voor iedereen. “Het is goed denkbaar dat hoge kosten voor zorg en levensonderhoud deze groep toch in de problemen brengt, zeker als je bedenkt dat ze weinig financiële buffers hebben.” Mensen met lage inkomens kunnen lastig sparen, want er is dan geen potje goud over om te sparen. “Extra belastingvoordeel helpt wellicht, want nu is de financiële prikkel om aanvullend pensioen op te bouwen voor deze specifieke groep beperkt en de drempel te hoog.”
Lees ook: De impact van AI op de uitzendbranche: “Je houdt veel meer tijd over voor menselijk contact”