Joop Voesten, belangenbehartiger namens vakbond de Unie, noemt het feit dat de ABU, de NBBU en de LBV afzonderlijk een cao-akkoord hebben afgesloten een minachting voor uitzendkrachten. “De drie grote bonden FNV, CNV en de Unie, buitenspel zetten en dan een akkoord sluiten met een partij die de laatste jaren bij geen enkel uitzendcao-overleg betrokken is geweest, is schokkend.”
“Ze zijn ook niet betrokken geweest bij middellange termijn advies dat we – FNV, CNV, VCP (en daarmee de Unie, red), ABU en NBBU – hebben opgesteld voor de arbeidsmarkt in de Sociaal-Economische Raad”, vervolgt Voesten. “Sterker nog, ze mogen zich laten vertegenwoordigen in allerlei kanalen. Denk aan de cao-politie SNCU en bij Stichting Doorzaam. Daar heb ik ze de afgelopen drie jaar niet gezien”.
Lees ook: ABU en NBBU sluiten cao-akkoord met LBV: Gelijke arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten vanaf 2026
Cao verlengd met een jaar
In 2021 ontstond er een uitzendcao met FNV, CNV, de Unie, de ABU en de NBBU. “Toen hebben we gezamenlijk besloten dat de LBV geen onderdeel uitmaakt van het cao-overleg.” Die cao liep tot en met 2024. Voesten: “En is daarna verlengd met een jaar omdat we er niet voor 2025 uitkwamen. In die cao staat een passage dat we in dat verlengingsjaar alsnog proberen te komen tot een nieuwe cao. Heikel punt is de gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden die uitzendkrachten moeten hebben ten opzichte van vaste medewerkers. Dat is geen klus die je op een namiddag goed, fair en duidelijk in kunt regelen. Dat luistert uiterst zorgvuldig. Wij wilden daarover in gesprek met de werkgevers en we hebben daarbij de voorwaarde gesteld om de LBV daar geen onderdeel van uit te laten maken.”
De ABU, NBBU en LBV sloten op 7 april een overeenkomst. Voesten: “Dat kwam voor ons niet helemaal uit de lucht vallen, want in de uitnodiging van half maart om op gesprek te komen stond ineens in plaats van FNV, CNV en de Unie, de term sociale partners. Toen wisten we al hoe laat het was.”
Lees ook: FNV over uitzend-cao: “Uitzendkrachten schieten er niets mee op”
Blauwdruk wensenlijstje werkgevers
31 maart zijn LBV, ABU en NBBU om tafel gegaan. Voesten: “Binnen een paar weken ligt er al een akkoord. Dat is verdacht. De cao-tekst is nagenoeg een blauwdruk van de wensenlijst van de werkgevers. Met een aantal slechte afspraken die met name mensen aan de onderkant van de markt raken. Daar zitten over het algemeen niet onze leden. Wij vertegenwoordigen in de flexmarkt vooral detacheerders, dat wat je zou kunnen zien als de bovenkant van de markt. Maar desondanks heb ik het over minachting voor uitzendkrachten. Omdat dit onderhandelingsresultaat de meest kwetsbaren in de markt raakt.”
Niet of nauwelijks vertegenwoordigd
Voesten vervolgt: “Je zou als werkgevers moeten willen dat je een goede vertegenwoordiging aan de andere kant hebt zitten. En die heb je met FNV en CNV aan de onderkant van de markt en met de Unie aan de bovenkant.” FNV heeft LBV aangeklaagd bij de kantonrechter. LBV heeft volgens FNV nauwelijks leden, is volgens de bond grotendeels afhankelijk van financiering door werkgevers(verenigingen) en mede daardoor onvoldoende onafhankelijk. LBV heeft echter in meerdere branches cao’s afgesloten. Voesten richt echter zijn pijlen nadrukkelijk op de werkgeversdelegatie, de brancheverenigingen die volgens hem nu de drie grote bonden met hun achterbannen “totaal negeren”.
Lees ook: ABU, NBBU en LBV sluiten uitzendcao: wat staat er in de afspraken?
Algemeen verbindend verklaard
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan een cao algemeen verbindend verklaren voor de hele sector. Daar geldt alleen van werkgeverskant dat er een representativiteit moet zijn. Met een representativiteit van 60 procent komt de ABU daaraan. Aan vakbondszijde is die representatie-eis er niet. “Als een vakbond erkend is dan staat dat een AVV-aanvraag in principe niet in de weg”, aldus Voesten.
Wel toetst SZW dan of de afgesproken cao niet in strijd is met wet- en regelgeving. De daadwerkelijke teksten van de cao zijn nog niet bekend. Maar deze moeten dus in ieder geval voldoen aan alle wet- en regelgeving op het moment van aanvraag. Dat is nu inclusief de juridische uitspraken Dosign, Time Partner en Empleo en voor 2026 de nieuwe wet Meer zekerheid flexwerkers, afhankelijk wanneer deze ingaat. “In de tekst in het onderhandelingsresultaat staat dat men denkt aan de wetgeving te voldoen. Daar zijn de ABU, NBBU en LBV dus nog niet zeker van.”
Onzekerheid over cao
“Daarmee creëren de partijen onzekerheid over de cao”, concludeert Voesten. “Dat is niet goed voor uitzendkrachten, maar ook niet voor de werkgevers in de branche.” De Unie houdt de optie open om juridische stappen te zetten tegen de cao als die de maat van de wet niet kan doorstaan. “We bekijken of er mogelijkheid is om het sluiten van een cao op deze manier juridisch aan te pakken.”