Zestig jaar geleden begon Guus Keser met het uitzenden van typistes vanuit een kantoorwinkel in Noord-Brabant. Samen met Femke Hellemons, Country Head Adecco Nederland, blikt hij terug én vooruit. Flexwerk heeft volgens hen toekomst, mits goed gereguleerd en met oog voor de menselijke maat.
“Ik had vier technici en verzorgde alle schrijfmachines in de regio”, blikt Keser terug op zestig jaar geleden. “Toen ik hoorde dat uitzendbureaus in de Verenigde Staten booming waren, dacht ik: dat ga ik ook doen.” Een advertentie in een huis-aan-huisblad leverde hem direct tweehonderd sollicitanten op. “Ik had nog geen klanten, maar wel mensen. Dus ik belde mijn netwerk: ‘Ik heb iets unieks, reageer snel.’” Het was de tijd van contante uitbetalingen die in loonzakjes met buizenpost op de vestiging kwamen. Daar waar het iedere vrijdagmiddag ‘volle bak’ was met uitzendkrachten die hun salaris kwamen innen.
Wil je niets missen in de flexbranche? Abonneer je op onze nieuwsbrief.
Dubbeldekker met muziek
Maar ook van creativiteit: “We organiseerden typwedstrijden, trainden mensen voor productiewerk en stuurde een dubbeldekker met muziek naar het strand om kandidaten te werven. Zelfs onze managers leerden, in de Koets, het restaurant van Keser, hoe ze tijdens een diner een goed gesprek konden voeren met HR-managers van bestaande en toekomstige klanten. Dat verhoogde de kwaliteit van gesprekken én de status van het uitzendvak”, aldus Keser. Zijn filosofie? Werken is leven en recruitment moet inspireren. “Die aanpak – waarin sfeer, plezier en persoonlijke aandacht centraal stonden – gaf ons een unieke uitstraling en versterkte de band met zowel kandidaten als opdrachtgevers.”

Bedreiging voor vaste banen
De uitzendbranche kreeg in die beginjaren geen warm welkom. “We werden gezien als koppelbazen”, herinnert Keser zich. “Er waren stakingen, boetes en dreigingen om onze vergunningen in te trekken.” De argwaan in de beginjaren was volgens Keser deels te verklaren uit de onbekendheid met het fenomeen en de snelle groei ervan. “We deden iets wat nog niemand kende en dat riep weerstand op. De overheid vreesde wildgroei en zag uitzendwerk als een bedreiging voor vaste banen. Arbeidsbureaus probeerden de sector te beperken via vergunningsbeleid, terwijl demonstranten letterlijk voor de deur stonden. Die stakingen werden soms zelfs gesteund door overheidsinstanties.” Toch zag hij die weerstand als een signaal dat de sector impact had. “Als je geen verschil maakt, krijg je ook geen tegenstand.”
Naast economische flexibiliteit biedt flexwerk volgens Keser ook maatschappelijke waarde. Hij wijst op het Canadese initiatief Seniors for Seniors, waarbij ouderen elkaar helpen met dagelijkse taken zoals boodschappen doen, koken of het leren omgaan met technologie. “Het is geen winstmodel, maar wel van grote betekenis”, zegt hij. “Mensen blijven langer zelfstandig, voelen zich gezien en blijven actief.” Zulke modellen laten zien dat flexibele arbeid niet alleen draait om efficiency en kosten, maar ook om sociale cohesie en inclusie. In Nederland liggen hier nog kansen, zeker nu de overheid inzet op langer zelfstandig wonen en participatie. “Wie komt er jouw gras maaien als je het zelf niet meer kunt?”, vraagt Keser retorisch. “Flexwerk kan ook gewoon menselijk zijn.”
Wereldwijde speler
Keser groeide uit tot een organisatie met tientallen vestigingen en een sterke positie in Noord-Brabant, Limburg en daarbuiten. Keser en het Zwitserse Adia fuseerden tot Adia Keser, om zo de overname van Aktie 68 mogelijk te maken. Later voegde het Franse Ecco zich bij hen. Uiteindelijk ging deze combinatie vanaf 1996 verder onder de naam Adecco. Hellemons: “Dat maakte ons een wereldwijde speler. De fusie tussen Adia en Ecco is een mijlpaal die ons veel heeft gebracht.” Keser herinnert zich de samenwerking met Zwitserse investeerders: “Zij geloofden in omzetgroei. Dat gaf ons de middelen om te blijven groeien, ook in moeilijke tijden.”
Lees ook: Column Mouselli: cao-wijzigingen meest ingrijpende in de geschiedenis
Onmisbare schakel
Maar ook de evolutie van de sector zelf is volgens Hellemons cruciaal. “Van een niche die in de jaren zestig nog werd gewantrouwd en geassocieerd met koppelbazen, is flexwerk uitgegroeid tot een onmisbare schakel in de Nederlandse economie. Waar uitzendbureaus ooit moesten vechten voor legitimiteit en erkenning, zijn ze nu professionele werkgevers die investeren in scholing, loopbaanontwikkeling en technologische innovatie. De sector beweegt mee met economische golven, vangt pieken en dalen op en biedt bedrijven de wendbaarheid die nodig is om te blijven concurreren. Flexorganisaties zijn niet langer alleen leveranciers van arbeid, maar strategische partners in workforce planning, talentontwikkeling en digitalisering. Daarmee is de branche stevig verankerd in het fundament van werkend Nederland.”
Opgegroeid in uitzendvak
Hellemons groeide letterlijk op in het uitzendvak. Haar moeder runde een thuisvestiging van Keser, met een vlag boven de voordeur en een kamertje als kantoor. “Vanaf mijn vierde zat ik op vrijdagmiddag aan de keukentafel te luisteren naar de verhalen van de uitzendkrachten die hun loonzakje kwamen halen.” Tijdens haar studie werkte ze als bijbaan als intercedent op diverse vestigingen en bemiddelde ze onder andere de medebewoners van haar studentenhuis. Inmiddels werkt ook haar neef, als student recruiter, bij Adecco. Het uitzendvak zit diep in de familie verankerd: van inschrijfkantoor aan huis tot internationale recruitment. Hellemons begon haar loopbaan op vestiging 001 in Den Bosch en ontwikkelde zich tot leidinggevende binnen een wereldwijde organisatie. “Ik heb het vak met de paplepel meegekregen, maar ook professioneel doorleefd. Nationaal én internationaal.”

Het is een krachttoer
De invoering van de nieuwe cao per januari 2026 vraagt veel uitzendorganisaties. “Het is een krachttoer”, zegt Hellemons. “Niet alleen vanwege de inhoud, maar ook door de korte tijdlijnen. We zijn pas in mei geconfronteerd met de nieuwe cao-afspraken. Als Adecco hebben we het voordeel van een sterk intern team en externe partners, maar dat hebben kleinere bureaus niet. Voor hen is het een pittige opgave.
Uitvoering strak en werkbaar
Naast de cao brengt ook de WTTA genoeg uitdagingen met zich mee. Hellemons: “Het gedachtegoed achter de wet, een gelijk speelveld en betere bescherming van flexkrachten, omarmen we volledig. Maar de uitvoerbaarheid en handhaving baren zorgen.” Ze wijst op het feit dat Nederland ruim twintigduizend uitzendorganisaties telt. “Het is evident dat niet iedereen even goed georganiseerd is. De wet zal het kaf van het koren scheiden, maar dan moet de uitvoering wel strak en werkbaar zijn.”
Lees ook: NBBU: ‘Laat eerst de Wtta zijn werk doen, in plaats van een uitzendverbod’
Verstrikt in complexiteit
De verantwoordelijkheid voor naleving van regels ligt niet alleen bij de uitzendbureaus, maar ook bij opdrachtgevers. “Er komt ketenverantwoordelijkheid”, zegt Hellemons. “Dat is een goede ontwikkeling. Als je als opdrachtgever gebruikmaakt van flexibele arbeid, moet je ook verantwoordelijkheid nemen voor de manier waarop dat gebeurt.” Tegelijkertijd waarschuwt ze voor een te zware administratieve last. “We moeten voorkomen dat goedwillende bedrijven verstrikt raken in complexiteit. Het doel moet leidend blijven: eerlijk werk, duidelijke regels en een gezonde arbeidsmarkt.”
Sourcen, screen en selecteren
AI en digitalisering veranderen recruitment ingrijpend, zegt Hellemons. “We werken met AI-agents die kandidaten sourcen, screenen en selecteren. Die agents analyseren profielen op platforms als LinkedIn en andere sociale bronnen en koppelen die aan vacatures op basis van data en algoritmes.” Daarmee wordt het eerste deel van het selectieproces versneld en verrijkt. Maar, benadrukt ze, het persoonlijke contact blijft essentieel. “Kandidaten waarderen authenticiteit, oprechte interesse en menselijke interactie. Dat is wat ons onderscheidt.”
We moeten voorkomen dat goedwillende bedrijven verstrikt raken in complexiteit.
AI markeert afwijkingen
Technologie speelt vooral een ondersteunende rol in de interne processen. “Contractanalyse, WhatsApp-contact, automatische updates. Dat soort toepassingen versnellen en verbeteren onze dienstverlening. Bijvoorbeeld: we hoeven niet meer handmatig contractregels te controleren. Een AI-tool markeert afwijkingen en juridische aandachtspunten direct.” Ook in communicatie met kandidaten biedt digitalisering voordelen. “Een appje sturen met een vacaturevoorstel, een verzoek tot cv-update of een matchvoorstel. Dat werkt snel en laagdrempelig”, aldus Hellemons. Keser ziet ook de voordelen van AI, maar wijst ook op een gevaar. “Met AI wordt het gebrek aan inlevingsvermogen groter. Daar moeten we voor oppassen.”
Generalisten versus specialisten
De topgroeiers in de flexbranche zijn specialisten. Is de generalist verleden tijd? Hellemons: “Nee hoor. Dat hoor ik al zo lang. Als generalist kunnen we onze portfolio diversifiëren, specialiseren en snel inspelen op nieuwe marktkansen. Generalisten zijn als olietankers met speedbootjes: wendbaar en schaalbaar.” Sectoren als zorg, pharma en publieke dienstverlening bieden volgens haar groeikansen. “Maar ook de platformeconomie is een parel”, voegt ze daaraan toe.
Lees ook: Welke eisen stelt WTTA in normenkader en waar moet een inspectie aan voldoen?
Autonomie en afwisseling
Hoe ziet flexwerk er over tien jaar uit? Hellemons: “De vaste baan is voor velen ideaal, maar niet voor iedereen. Jongeren en specialisten willen autonomie, afwisseling en vrijheid. En flexibiliteit is essentieel voor de concurrentiekracht van Nederland.” Keser ziet een nieuwe generatie die kiest voor bedrijven met sfeer, fun en fighting spirit. “Ze willen iets betekenen, samen iets doen. Als je dat biedt, krijg je de mensen die je nodig hebt.” De boodschap is helder: flexwerk heeft toekomst, mits goed gereguleerd en mensgericht. “We moeten weer om tafel met de politiek”, zegt Hellemons tot slot. “Polderen in een moderne variant. Alleen samen houden we de arbeidsmarkt in balans.”

Flexmarkt Nieuwsbrief
Het laatste nieuws over de flexbranche en de best gelezen artikelen.