Rechters zijn het niet eens over de status van payroll-contracten. Duidelijk is wel dat ze in alle gevallen oordelen in het voordeel van de werknemer, schrijft mr. Zwemmer in zijn artikel in het Tijdschrift Arbeidsrechtpraktijk. Maar dat heeft tot gevolg dat de ene keer wordt geoordeeld dat de werknemer een arbeidsovereenkomst met de payroller heeft, en de andere keer met de inlener.
Het begrip payroll-contract komt in de Nederlandse wet niet voor. In de payroll-cao hebben de cao-partijen vastgelegd dat het bij payrolling om een uitzendovereenkomst gaat. Maar dat kunnen ze niet zomaar zelf bepalen, meent Zwemmer. Een belangrijk kenmerk van de uitzendovereenkomst is de allocatiefunctie en die ontbreekt nu juist bij payrolling.
De schrijver meent dat er een arbeidsovereenkomst bestaat tussen de inlener en de werknemer en niet tussen de werknemer en de payroller omdat de werknemer arbeid verricht voor, en onder het gezag van de inlener.
Inmiddels zijn er een aantal uitspraken (zie onder) over de aard van de overeenkomst in het geval van payrolling. Die uitspraken zijn niet eenduidig. Zwemmer bespreekt er vijf. In alle vijf uitspraken beslist de rechter in het voordeel van de werknemer. Lagere rechters volgen dus niet dezelfde lijn maar oordelen wel vanuit het belang van bescherming van de werknemer. Dat leidt soms tot de vaststelling dat de payroller de werkgever is, zoals bedoeld met de constructie, maar ook tot de uitspraak dat de inlener de werkgever is.
Zwemmer komt tot de conclusie dat het nog niet duidelijk is hoe de constructie van payrolling moet worden beoordeeld. Met het toenemend aantal payrolling-contracten is duidelijkheid over de constructie gewenst. Volgens de vereniging voor payrollondernemingen VPO is de payrollbranche in 2009 met ruim 6% gegroeid, dagelijks zijn er 90.000 werknemers op payroll-basis aan het werk. Naar verwachting groeit dat aantal naar 250.000 werknemers in 2012.
Voor meer duidelijkheid over de status van de payroll-overeenkomst is het nu wachten op een uitspraak van een hogere rechter.
Jurisprudentie:
LJN BK7359 (SOHOR)
LJN BJ3883
LJN BE 8338
JAR 2010/8
LJN BL3954
JAR2010/27