ABN AMRO over de flexmarkt in 2023: de kandidaat is de baas

0

Oorlog, een energiecrisis en wellicht stagflatie – het zijn woelige tijden. Toch schetst Han Mesters (sectorbankier ABN AMRO) een positief scenario voor Nederland in een vrij Europa. Ook voor flexondernemers. Als zij ten minste hun hun expertise echt gaan inzetten om klanten te voorzien in hun inhuurbehoefte. En erin slagen flexkrachten vast te houden. Want één ding is zeker: “In de nieuwe wereld bepaalt de werkende­­ voor wie, waar en wanneer hij of zij wil werken.”

European renaissance?

“Om te beginnen zijn er grote geopolitieke verschuivingen, de oorlog in Oekraïne, internationale waardeketens verschuiven, arbeidsmigratie..” Er is veel aan de hand, bij alle economische grootmachten. Mesters: “In Europa hebben we last van hoge ‘energy lead’ inflatie, met alle spin off-effecten die daarbij komen. In Duitsland – dat een hogere industriecomponent kent dan wij – komen de hoge energiekosten hard aan. Veel familiebedrijven moeten noodgedwongen stoppen. En als Duitsland een bloedneus krijgt, hebben wij daar ook last van.”
Toch schetst Mesters een positief scenario voor Europa. Er is een trend naar meer autarkie; de EU wil meer onafhankelijk worden (van onder meer Taiwanese chipproductie). Het beeld bestaat dat China alles overneemt en de VS de dienst uitmaken. Dat is een misvatting. China heeft ook problemen, zoals de toegang tot chips en grote demografische uitdagingen. En de politieke situatie in de VS is echt gespannen. In dat krachtenveld doet Europa het nog niet zo slecht. Europa wordt een van de weinige gebieden waar mensenrechten serieus worden genomen, waar je in vrijheid kunt leven. Wij zouden wel eens een European renaissance kunnen beleven, ook als het gaat om het aantrekken van talent uit andere delen van de wereld.”

Robotisering onvermijdelijk

Die behoefte aan arbeidsmigranten zal alleen maar verder toenemen op de krappe arbeidsmarkt. Maar het aanbod blijft niet gelijk, verwacht Mesters. “Met name de toegang tot arbeidsmigranten uit Oost-Europa wordt problematischer. De werkloosheid in Polen in nog lager dan bij ons. Daarbij komt dat Duitsland een groot deel van het beschikbaar aanbod aan Oost-Europese arbeidsmigranten opslokt. Hierdoor zal de bemensing in bijvoorbeeld de tuinbouw in Nederland een uitdaging worden. De schaarste aan personeel is een extra prikkel om te automatiseren. In de tuinbouw zal het plukken van tomaten door robots gedaan moeten worden. Dat kan niet anders.
“In de transportsector zie je het orderpicken (in magazijnen) – typische uitzendbanen – versneld verdwijnen. Daar zullen ook robots naar voorbeeld van Amazon het werk gaan doen.” Volgens Mesters is automatisering onvermijdelijk.
Tegelijkertijd stelt hij vast dat er heel veel vacatures zijn, bijvoorbeeld bij de overheid. Zo is de zorg is een enorm pijndossier, een probleemgebied waar we nog heel lang last van zullen hebben qua bemensing. Defensie heeft weer mensen nodig, de politie, het onderwijs…. Vergeet niet dat er een massale uitstroom van ouderen gaande is.”
Ook ziet de bankier de trend dat door geografische onzekerheid productie wordt teruggehaald naar Europa. “Daar zijn meer mensen voor nodig. Gelukkig stijgt eindelijk de arbeidsproductiviteit in de industrie dit jaar weer; het opleidingsniveau neemt toe en er zijn minder handjes nodig, maar het zal niet genoeg zijn om de vraag naar arbeidskrachten op te vangen.”

Lees ook: Blijvende behoefte aan goede bemiddeling arbeidsmigranten

Werkende is de baas

De economie koelt af, de werkloosheid loopt iets op. Kunnen werkgevers even op adem komen en gemakkelijker personeel vinden? Mesters denkt van niet. “Laat je niet op het verkeerde been zetten. Mogelijk wordt door die ellende in de wereld de spanning op de arbeidsmarkt even iets minder, maar de onderliggende ontwikkeling – de structurele component demografie (vergrijzing) – zet keihard door.”
De schaarste blijft en daar moet je als flexbedrijf jouw strategie op aanpassen. “Één ding is zeker, die nieuwe wereld wordt bepaald door de werkende”, zo stelt Mesters. Dus je moet rekening houden met de voorkeuren van die werknemer, ook qua contractvorm. Die bepaalt hoe, waar en op welke voorwaarden hij wil werken.
“Daar moeten veel bedrijven nog aan wennen, merkt Mesters. “Ik zie dat bijvoorbeeld in de accountancywereld. De partners willen dat hun mensen zoveel declarabel maken. Maar jongeren willen bijvoorbeeld maximaal 32 uur werken of zes maanden op wereldreis. Dat snappen ze bij veel bedrijven nog niet. Die zullen echt ‘om’ moeten en rekening moeten houden met een minder winstgevende businessmodel.” De wensen/eisen van de modern werkende maakt de pijn van tekorten wordt nog groter. En volgens Mesters is dat een voorbode voor wat er gaat gebeuren met flexaanbieders. “De uitzendkrachten bepalen hoe lang en hoe vaak zij willen werken. Ook als zij in een soort detacheringssituatie (fase B of C) bij de uitzender in dienst komen. Ze willen werken op hun voorwaarden. Het voordeel is dat uitzenders dichter op de belevingswereld van de uitzendkracht zitten, de mindset van de jongere generatie beter begrijpen.”
De inspanningen van het kabinet om mensen meer uren te laten werken (denk aan de voltijdsbonus) wordt volgens Mesters ‘een moeilijk verhaal’. “We zijn nu eenmaal wereldkampioen deeltijdwerken. Veel gezinnen zijn ingericht op deeltijd werken van beide partners.”

Het voordeel van uitzenders is dat zij dichter op de belevingswereld van de uitzendkracht zitten, de mindset van de jongere generatie beter begrijpen.

Marktmodellen

De uitzendsector wordt nog altijd gezien als extreem cyclisch, de ups-and-downs in de economie volgend. Maar volgens Mesters is er een onderliggende trend die een echte aanjager van groei kan worden: de behoefte bij werkenden om hun werk flexibel in te vullen (zie hiervoor).

Mesters ziet twee soorten marktmodellen in de uitzendwereld opkomen:

  1. Het Timing-businessmodel: minder fase A, focus op langdurig inzetten van flexkrachten als goed werkgever. Uitzender moeten zich dan onderscheiden als aantrekkelijke werkgever.
  2. Hyperflex (waar bijvoorbeeld YoungCapital in voorziet); jongeren willen vrijheid om te werken op de manier en op momenten dat zij willen. Uitzenders kunnen/moeten hen daarin faciliteren.

Gevaar van detavast-constructies

Voor model 1 geldt dat je je als uitzender moet afvragen waarom die kandidaat voor jou wil werken en niet bij een ‘gewone’ werkgever? Mesters: “Je wilt voorkomen dat uitzenden – net als vroeger – het voorportaal voor vast wordt, waarbij die uitzendkracht dus zo snel mogelijk in dienst wil bij die inlener. Die uitzender wil, net als detacheerders, die flexkracht zo lang mogelijk bij zich houden. Dat zijn jouw gouden eieren.”
De bankier waarschuwt dan ook voor de detavast-constructies. “Dan slacht je de kip met gouden eieren. Een grote detacheerder waar ik vaak op bezoek kom heeft vorig jaar 450 mensen aangenomen, en er zijn er 50 gebleven. Je investeert in recruitment en aan de achterkant lopen de kandidaten weg. In tijden van schaarste moet je voorzichtig zijn met de contractvorm die je kiest. De vraag is dus ‘hoe behoud je als flexbedrijf jouw gouden eieren?’”

In tijden van schaarste moet je als flexbedrijf voorzichtig zijn met de contractvorm die je kiest.

Verwachtingsmanagement

“Als er een structureel tekort is op de arbeidsmarkt moet je creatief zijn, gaan vissen in andere vijvers. En misschien mensen aannemen die maar een 70% match met een vacature hebben, maar wel over de gevraagde competenties beschikken. Kijk eens naar mensen met een andere achtergrond. En geef die dan de nodige begeleiding.” Mesters ziet dat bedrijven meer en meer hun verantwoordelijkheid nemen en zelf mensen gaan opleiden. “Het is de enige oplossing, En daar kan de flexbranche bij helpen.”
Uitzenders moeten daarbij volgens hem ook aan verwachtingsmanagement doen. “Inleners willen nog altijd het schaap met vijf poten, maar die zijn er niet. Van een uitzender wordt van oudsher verwacht dat die de ideale kandidaat levert. En daar zijn ze ook goed in. Een mentaliteit van ‘putting square pegs in round holes’ – maar je kunt niet het onmogelijke vragen. “Het is aan de intermediair om dat die inlener duidelijk te maken. Door de extreme krapte op de arbeidsmarkt komt die boodschap nu wel aan”, denkt Mesters. En het is terecht dat de inlener daarnaast luistert. “Vaak hebben uitzenders en detacheerder een beter beeld van wat die opdrachtgever nodig heeft dan die opdrachtgever zelf.”

Han Mesters (ABN AMRO)

Dalende volumes en druk op marges

In haar Sectorprognose van november dit jaar stelt ABN AMRO dat in de zakelijke dienstverlening de personeelstekorten de grootste belemmering vormen voor bedrijven. De tekorten aan arbeidskrachten vertalen zich in dalende volumes en een stijgende werkdruk, vooral bij uitzendbureaus en detacheerders.
(Bij een groeivertraging of milde recessie kan deze trend mogelijk keren, doordat de arbeidsbemiddeling weer op gang kan komen. Een recessie kan op termijn volgens de bank dus weer leiden tot volumegroei voor uitzendbureaus en detacheerders.)

De krapte op de arbeidsmarkt is nu zo groot dat ook uitzenders en recruiters moeilijk aan personeel kunnen komen, waardoor hun bedrijfsvoering hapert en de marge onder druk komt, zo stelt de bank. Ook in de uitzendbranche stijgen de personeelskosten door de krapte op de arbeidsmarkt. Een meerderheid (60%) van de uitzendondernemers geeft aan de gestegen kosten niet of nauwelijks te kunnen doorberekenen aan hun klanten.

Weerbaarder tegen vraaguitval

Toch is Han Mesters is positief over de economische situatie in de flexbranche. Er is lang voorspeld dat er een faillissementsgolf zou komen als de coronasteun eenmaal is gestopt, maar bij de bank zien ze dat nog nauwelijks leiden tot meer faillissementen in de uitzendsector, stelt Mesters. “Het loopt iets op, maar er is bij lange na nog sprake van een tsunami aan faillissementen.” Wel zijn er volgens hem meer bedrijven die besluiten te stoppen. Overigens zijn dat vooral kleinere bedrijven en zzp’ers.
Volgens Mesters hebben bedrijven de coronacrisis relatief goed doorstaan. “De impact op bedrijfsresultaten was tijdens de coronacrisis veel minder dan tijdens de kredietcrisis. Bedrijven hebben geleerd van de eerdere crises en zijn weerbaarder geworden bij vraaguitval. Bovendien is de uitzendsector er goed in geslaagd om te schakelen; de vraag naar (uitzendkrachten) in de transport en horeca viel weg, maar uitzenders hebben daar massaal goed op ingespeeld door bijvoorbeeld te voorzien in de vraag naar uitzendkrachten voor de GGD-teststraten.”

 

Goede intercedenten behouden

Uitzenders moeten hun business model aanpassen, meer de rol van strategisch HR-adviseur op zich nemen, denkt Mesters. Hij beseft dat dat van mensen die bij uitzendbureau werken ook meer vergt. “Je hebt niet alleen iemand nodig die Pietje bij opdrachtgever X kan plaatsen, maar mensen ‘met het vermogen tot behoefteherkenning’. Uitzenders moeten volgens hem intern gaan kijken hoeveel mensen in de commercie zo’n strategische rol kunnen vervullen. Of gaan sourcen. Dat is bij grote uitzendorganisaties als Randstad wel geborgd, het is een van de ingrediënten van hun succes. Maar voor kleinere uitzenders is dat lastiger.”

Mesters adviseert daarbij ook te kijken naar intercedenten. “Die voeren zowel gesprekken met de klant – de goeden ook op strategisch niveau – en zijn betrokken bij de selectie van kandidaten. Dat is altijd gezien als startersbaan. Maar het is een enorm kapitaalverlies als die goede intercedenten na een paar jaar de deur uitlopen. Die mensen moet je juist behouden.”

Van dozenschuiven naar HR-advies

Uitzenders zullen meer op strategisch HR-niveau moeten meedenken met opdrachtgevers, stelt Mesters. “Klassieke uitzenders en detacheerders denken nog te veel in contractvormen. Maar die doen er niet meer toe. Je zult – los van de contractvormen – moeten komen met oplossingen. Wat is de behoefte aan mensen, de strategische personeelsplanning, en hoe kun je daarin voorzien?” Dat betekent ook eerlijk advies geven. “Misschien dat het in een bepaald geval beter is een zzp’er in te schakelen, hoewel dat qua marge voor jou als flexbedrijf minder voordelig is. Het belang van de inlener moet voorop staan.” Uitzenders zullen moeten accepteren dat volumes minder worden. De tijd van het dozenschuiven – zo veel mogelijk handjes leveren – is voorbij.
Je ziet dat al enigszins gebeuren; uit de cijfers van de ABU Marktmonitor blijkt dat het aantal uitzenduren al langere tijd krimpt, terwijl de omzet van uitzenders groeit. Dat duidt op minder volume, maar meer ‘pricing power’ bij de uitzender, stelt Mesters. “Het hebben – en behouden – van kandidaten is belangrijk.” De flexbedrijven die daarin slagen gaan een goed 2023 tegemoet.

Lees ook: Han Mesters (ABN AMRO): ‘hoe overleef je als flexbedrijf?’

Economische cijfers 2023

De meest recente ramingen van het economisch bureau van ABN AMRO gaan uit van maar liefst 4,6% economische groei dit jaar. Voor 2023 zou dat aanvankelijk 1,3% worden, maar dit heeft de bank nu naar beneden bijgesteld naar 0,7%.
De werkloosheid zal naar verwachting van 3,6% dit jaar oplopen naar 4,2% volgend jaar (net boven de kraptegrens).
De inflatie voor dit jaar komt waarschijnlijk uit op 10%, die zal naar verwachting teruglopen naar 5% in 2023. De economen verwachten dat de commidity lead-inflation (gas en olie) niet structureel zo groot zal blijven als nu.
De bank verwacht dat de CAO-lonen in 2023 met 3,7% zullen stijgen. Extreme looneisen (tot wel 17%) van vakbond FNV als (koopkracht)compensatie zullen volgens Han Mesters niet worden ingewilligd. “Dat zou een loon/prijsspiraal in de hand werken. De discipline om in CAO’s de lonen te matigen is er nog steeds in Nederland.”

 

Lees ook: ING over de flexbranche in 2023: ‘Goed werkgeverschap loont’

 

Dit artikel is geschreven door Arthur Lubbers, (web)redacteur van Flexmarkt. Abonnees van Flexmarkt Pro hebben toegang tot alle content van Flexmarkt magazine en website.

 

Volg Flexmarkt op LinkedIn:

Over Auteur

Reageer